Afbeelding
Foto: Olga Schefferlie

Ingezonden: ‘Kerstboodschap’ van Olga Schefferlie

Algemeen 3 keer gelezen

Rotterdam - Olga Schefferlie was in de Bijenkorf voor een mooie kalender. Ze raakte aan de praat en schreef er dit verhaaltje over. ’Kom, ik ga weer eens. Ik moet nog inzingen voor vanavond.’

‘Mevrouw, kan ik u helpen?’ vraag ik.
Een klein oud vrouwtje reikt naar een kalender. De Bijenkorf heeft weer een ruim assortiment. Ik zoek een kunstkalender voor mijn tante. Ik twijfel tussen Van Gogh en Jeroen Bosch.
‘Graag,’ zegt ze.
Ik geef haar de kalender. Ze komt dichter bij en zegt:
‘Ik ben 89 en ik ben zeven centimeter gekrompen, ik ben nog maar 1 meter 40.’
Ik kijk haar aan. Ze heeft nog een glad gezicht.
‘O jee,’ zeg ik, ‘hoe komt dat?’
‘Ze weten het niet, wat de oorzaak is. Kraakbeenverlies, de botten schuiven direct over elkaar. Ik heb altijd pijn.’
‘Dat is vervelend,’ zeg ik. ‘Gebruikt u daar iets voor?’
‘Ik slik acht paracetamols per dag.’ Ze knipoogt. ‘Met de morfine wou ik nog even wachten.’
Ze bekijkt haar kalender.
‘Hij is weer schitterend. Ikonen. Ik koop hem elk jaar voor m’n zus. Die zit in een verpleeghuis. Ze is 92. Bent u Rotterdamse? Ze zit in Hoppesteijn, waar vroeger de Koninginnekerk stond, in Crooswijk.’
Ik knik, ik ken het huis.
‘Heeft uw zus het goed daar?’ vraag ik.
‘Heel goed. Ze heeft twee grote kamers en een keukentje en het eten is prima. Alleen de was hè, die doe ik elke week voor d’r.’
‘O, die wordt niet gedaan?’
‘Jawel, maar dan komt het er zo uit.’ Ze geeft met haar handen het formaat van een babytruitje aan.
‘En dan zegt ze ook nog, dat het sneller moet. Je bent zes jaar jonger dan ik, zegt ze en de wasmachine doet het werk. Maar ja, het is me soms gewoon te veel, ophangen, afhalen, strijken.’
Ze wijst op de ikonenkalender.
‘Elk jaar wil ze zo’n ding.’
Ze kijkt me aan.
‘Wij zijn katholiek van huis uit, maar zij is nog roomser dan de paus, m’n zus. Als ze op zondag naar de eucharistieviering kijkt op televisie, knielt ze als ze gaan bidden.’
Ze zoekt in haar tas naar haar portemonnee.
‘Kom, ik ga weer eens. Ik moet nog inzingen voor vanavond.’
‘O, u zingt? In een koor?’ vraag ik.
‘Ja, van de kerk, hoor. Dat doe ik al jaren. Ik moet er helemaal voor naar Charlois en dan ben ik bekaf als ik terugkom. Maar het is zo heerlijk hè, samen zingen.’
Als ze bij de kassa staat, zwaait ze. Ze heeft lachrimpeltjes.

Uit de krant