Oliewinning aan de Koperweg in Charlois. Foto: Joop van der Hor
Oliewinning aan de Koperweg in Charlois. Foto: Joop van der Hor

Rotterdam laat nog maar eens duidelijk weten tégen olieboringen onder Zuid te zijn

Algemeen 282 keer gelezen

Rotterdam - De gemeente Rotterdam heeft deze week opnieuw een dringend verzoek aan het ministerie van Economische Zaken en Klimaat gedaan om niet in te stemmen met de voorgenomen vergunning voor oliewinning door de NAM onder Rotterdam-Zuid. De petitie die GroenLinks eerder opende is inmiddels door meer dan 2000 Rotterdammers ondertekend.

Het ministerie van EZK publiceerde op 8 december 2021 het ontwerpbesluit waarmee oliewinning onder Rotterdam-Zuid (en een stukje Schiemond op de noordoever) verlengd wordt tot 2050 en het productievolume fors wordt verhoogd. Overal reageren Rotterdammers verontwaardigd op het voornemen. In de wijken zelf, in de gemeenteraad én in het college van burgemeester en wethouders.

“Dit zorgt voor een onacceptabel risico op bodemdaling in een dichtbevolkt gebied en is volstrekt in strijd met de Rotterdamse en de landelijke klimaatambities”, vindt klimaatwethouder Arno Bonte die daarom vorig jaar zomer (op 14 juli 2021) al namens de gemeente een negatief advies over de voorgenomen plannen uitbracht aan het ministerie.

“Het voornemen heeft tot veel zorgen en woede geleid bij Rotterdammers en bij de Rotterdamse gemeenteraad. Naast de angst die er leeft voor mogelijke verzakkingen en bevingen, staat de oliewinning haaks op de ambitieuze klimaatdoelstelling die wij als Rotterdam hebben”, aldus de wethouder.

Ook benadrukt Rotterdam dat er door het ministerie te weinig onderzoek is gedaan naar de mogelijke gevolgen van bodemdaling en wordt de minister verzocht om expliciet onderzoek te laten doen naar de mogelijke risico’s. Verder is de gemeente van mening dat de beoogde oliewinning conflicteert met de kansen voor geothermie in het gebied. Deze kansen werden onlangs aangetoond door een studie uitgevoerd door de TU-Delft en de Gemeente Rotterdam.

De komende periode worden alle ingediende zienswijzen door de minister behandeld. Zodra de beoordeling is afgerond en het definitieve besluit is opgesteld, zal deze worden gepubliceerd. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, krijgen daaropvolgend nog zes weken de mogelijkheid om een beroep in te dienen bij de Raad van State.

Uit de krant