
Rotterdam van 19TOEN in beeld: RDM ‘de Droogdok’
Algemeen 4.627 keer gelezenRotterdam - De geschiedenis van Rotterdam in de twintigste eeuw (19TOEN) is uiteraard niet exact in 1900 bij de eeuwwisseling begonnen. In deze rubriek laten we wekelijks een beeld van Rotterdam uit de vervlogen jaren van de 20e eeuw de revue passeren. Aflevering 33.
De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij NV (RDM), later in de volksmond ‘de Droogdok’ genoemd) was een belangrijke scheepswerf voor scheepsnieuwbouw, scheepsreparatie en machinebouw in Rotterdam, die heeft bestaan tussen 1902 en 1996. Het bedrijf bouwde 355 schepen, vrijwel allemaal zeegaand, zowel voor de koopvaardij als de marine. Ook construeerde het bedrijf brugdelen (Vianen) en boorplatforms. Op zijn hoogtepunt telde het bedrijf 7.000 personeelsleden en nam enige tijd de leidende positie onder de Nederlandse scheepswerven in.
Reparatie van schepen was de kurk waar het bedrijf op dreef, en in totaal heeft het 12 grote drijvende droogdokken bezeten. De werf maakte vrijwel geen gebruik van gegraven dokken. De werf bouwde zowel vracht- als passagiersschepen, en tevens oorlogsschepen, waaronder onderzeeboten voor de Koninklijke Marine. De eerste opdracht voor nieuwbouw van een zeegaand schip kwam in 1905 binnen. Het bekendste schip van de werf was het ss Rotterdam, dat nu weer in de stad aan de kade ligt.
Het bedrijf werd opgericht op 23 januari 1902 en gevestigd op de Heijplaat aan de zuidelijke Maasoever. De Dokhaven werd uitgegraven en met de vrijgekomen grond werd het werfterrein vier meter opgehoogd. De Dokhaven vormde het hart van het bedrijf. In 1925 werd de Scheepsbouw Maatschappij Nieuwe Waterweg, gevestigd schuin tegenover de RDM op de noordelijke oever in Schiedam, overgenomen en als zelfstandige vennootschap voortgezet. De RDM kreeg daardoor twee vestigingen, een situatie die tot de sluiting van de vestiging Nieuwe Waterweg in 1978 bleef bestaan.
Voor de huisvesting van de medewerkers liet de RDM vanwege de nogal afgelegen ligging van het bedrijf een eigen dorp bouwen, dat tussen 1914 en 1918 verrees en Tuindorp Heijplaat werd genoemd. Dat dorp omvatte ook scholen, drie kerken, een bejaardenhuis en winkels. Er vormde zich een hechte dorpsgemeenschap, die zich - met succes - hevig roerde tegen een dreigende sloop van het complex begin jaren negentig.
Voor de bouw van 3 onderzeeërs werd een aparte hal gebouwd in 1928/29. Deze ‘Onderzeebootloods’ werd uitgebreid in 1936, 1939 en 1946. De loods bestaat uit drie parallelle hallen. In totaal werden er bij de RDM in deze loods 16 onderzeeërs gebouwd. De laatste onderzeeër van de RDM was de Bruinvis, die in 1994 aan de Koninklijke Marine werd geleverd.
De wederopbouw betekende ook voor de RDM een bloeiperiode. Naast gewone vrachtschepen en tankers, werden er ook marineschepen gebouwd, zoals de lichte kruiser De Zeven Provinciën. In 1956 werd voor de Holland-Amerika Lijn begonnen met de bouw van het ss Rotterdam, het grootste passagiersschip dat in Nederland is gebouwd.
Om een lang verhaal kort te maken: op 6 april 1983 werd het faillissement over RSV en daarmee ook de RDM uitgesproken. De afdeling Offshore werd gesloten, de afdeling Reparatie werd overgedaan aan Wilton-Fijenoord, via verkoop van de twee grootste dokken. Van de 3180 werknemers werden 1370 mensen werkloos. De nog levensvatbare onderdelen, de afdelingen Marine, Werktuigbouw en Zware Apparatenbouw, werden ondergebracht in een nieuwe vennootschap: RDM Nederland BV, eigendom van de overheid.
Op 20 december 1991 werd het bedrijf door de overheid verkocht aan de Royal Begemann Group van Joep van den Nieuwenhuyzen. Met het gereedkomen van de Nederlandse onderzeeboot-order en het uitblijven van voldoende nieuwe orders waren er in 1993 en 1994 twee grote reorganisaties nodig die het personeelsbestand van 1197 via 700 naar 450 werknemers brachten. De afdelingen werden verzelfstandigd: RDM Technology BV en RDM Submarines BV. In 1996 werden deze BV’s uit de Begemann Groep gehaald en aan Joep van den Nieuwenhuyzen als privépersoon verkocht, wat als het einde van de echte scheepsbouwactiviteiten van de RDM gezien kan worden.
Het werfterrein met opstallen kwam in het bezit van de gemeente Rotterdam. Later heeft het Havenbedrijf Rotterdam N.V. het terrein uiteindelijk in eeuwigdurende erfpacht genomen, nadat deze gemeentelijke afdeling in 2004 zelfstandig werd.
De historische werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) biedt tegenwoordig plaats aan innovatieve bedrijven, techniekonderwijs, hoogwaardige testfaciliteiten en fieldlabs. Het middelpunt van de RDM Campus is de voormalige machinehal, onder de naam RDM Innovation Dock. Daarmee is het terrein dé plek geworden voor het stimuleren en ontwikkelen van vernieuwende oplossingen voor de slimme haven van de toekomst.
![]()
Tewaterlating van het Olie-opslagschip Pazargad in 1969. Foto: rdm-archief.nl
Zie voor aflevering 32:















