
Heidi Smit (Tuig Oma) ziet steeds meer mitsen en maren in de stad
AlgemeenRotterdam - Zeker vijftien jaar woont ze nu op het Rotterdamse Coolhaveneiland. Kunstenaar Heidi Smit (36) was onlangs betrokken bij de totstandkoming van Verhalenkade Delfshaven. Maar ze is vooral bekend als Tuig Oma, een figuur die als grap begon, maar inmiddels een geheel eigen leven leidt. “Tuig Oma breekt met de norm en wil zich zo min mogelijk confirmeren”, zegt Heidi. Zij is onze Rotterdammer van de Week.
Door Astrid van Unen
Waarom heb je voor de kunstacademie gekozen?
“Eerst heb ik geschiedenis in Leiden gestudeerd. Dat lag voor de hand, na mijn vwo. Maar ik vond tekenen altijd al heel leuk. Geschiedenis is nog steeds een bron van inspiratie voor me, maar ik zag de vooruitzichten na de studie niet zitten. Beleidsmedewerker? Ambtenaar? Ik was meer bezig met de opmaak van de papers en de tekeningen die ik erbij wilde maken. Zo ben ik in 2012 op de kunstacademie in Rotterdam beland.”
Hoe heb je dat ervaren?
“Het was thuiskomen. Ik deed de richting vormgeving en ervaarde de opleiding als een speeltuin: alles kon en alles mocht. Wel was ik door de opdrachten minder bezig met tekenen, terwijl ik een fascinatie heb voor lettertypes. Ik kom uit de graffiti-hoek, dat is een apart, los wereldje waar ik als scholier in Zoetermeer in belandde. Daardoor heb ik extra oog voor typografie.”
Je bent graffiti-kunstenaar, illustrator én tatoeëerder. Maar Tuig Oma spreekt het meest tot de verbeelding. Hoe heb je haar bedacht?
“Dat is als grap begonnen. Ik werkte bij een kledingdrukkerij en had een collega als Tuig Oma getekend: ze liet de hond uit, liet de poep liggen en stak haar middelvinger op. Daaruit is een stijlfiguur ontstaan, dat kritiek met een lach en een traan levert. Ik kijk graag naar onderbelichte onderwerpen. Is er meer dan wat we zien? Tuig Oma breekt met de norm, ze wil zich zo min mogelijk confirmeren.”
Wat vind je in dit opzicht van Rotterdam?
“Op veel vlakken ervaar ik de stad als uitdaging. Mensen willen graag mooie zachte dingen zien op grote muurschilderingen: vogeltjes, bloemen. Dat vind ik saai, ik wil juist verder kijken dan wat zichtbaar is. Ik maak geen shockerend werk, maar mensen zijn vaak bang om een uitspatting te maken. Ik ben weleens gepolst voor een grote muurschildering. Toen vonden ze mijn werk te veel kleur bevatten.”
Is het culturele leven hier ook een uitdaging voor je?
“Ja. Het voelt alsof het is afgetakeld. In de tijd dat ik studeerde was alles mogelijk. Door de jaren heen zijn steeds meer mitsen en maren ontstaan. Het vinden van een atelier is erg moeilijk. Kunstgemeenschappen worden kapot gemaakt als zoiets als het Schieblock verdwijnt. Ik heb het gevoel dat het geld nu veel meer naar duur vastgoed gaat en minder naar cultuur.”
Je woont nu aan de rand van Historisch Delfshaven. Wat vind je van deze omgeving?
“De geschiedenis ervan spreekt me erg aan. Verhalenkade Delfshaven is daarvan een samenvatting. Delfshaven weerspiegelt hoe je met geschiedenis kunt omgaan, gelukkig ook met kritische kanttekeningen. Wat ik grappig vind is de combinatie van eeuwenoude geveltjes en zo’n vlakke nieuwbouw als De Kolk in de Havenstraat. Het ziet er niet uit, maar is zo interessant omdat het iets zegt over de buurt.”
Waar zou je graag nog een muurschildering willen maken?
“Op De Kolk. Dat zou toch fantastisch zijn? Een bejaardenflat met een grote mural van Tuig Oma.”















