
Wat gebeurt er eigenlijk nadat je discriminatie hebt gemeld?
Algemeen 171 keer gelezenRotterdam - Verslaggever Amel Bali duikt iedere week in een onderwerp dat speelt in de Rotterdamse gemeentepolitiek. Deze week is de Kwestie van de Week: Je kunt discriminatie melden. Maar wat gebeurt er eigenlijk daarna?
Je wordt afgewezen voor een baan en hebt het gevoel dat je naam of afkomst daarbij een rol speelt. Je komt een horecazaak niet binnen terwijl anderen wel worden toegelaten. Of je wordt uitgescholden vanwege je geloof of seksuele geaardheid. Je kunt discriminatie melden. Maar wat gebeurt er eigenlijk daarna? Die vraag stond deze week centraal toen de Rotterdamse gemeenteraad sprak over de Discriminatiemonitor 2025.
Herkomst en huidskleur
De cijfers laten in ieder geval zien dat er volop wordt gemeld. In 2025 deden Rotterdammers 1.137 meldingen bij een antidiscriminatievoorziening, tegenover 747 een jaar eerder. Daarnaast registreerde de politie in Rotterdam 693 discriminatie-incidenten. Herkomst en huidskleur komen veel terug in de registraties, maar ook meldingen over seksuele gerichtheid en religie spelen een belangrijke rol.
Toch vertellen die aantallen niet het hele verhaal. Volgens onderzoek van het CBS dat in de monitor wordt aangehaald, meldt slechts een klein deel van de mensen die discriminatie ervaren dit daadwerkelijk. Tegelijk kan één gebeurtenis juist tot veel afzonderlijke meldingen leiden. Een stijging betekent dus niet automatisch dat er ook evenredig meer discriminatie plaatsvindt.
Van cijfers naar actie
Precies daar ontstond in de gemeenteraad de discussie. Want als de cijfers bekend zijn, wat moet Rotterdam daar dan vervolgens mee doen? DENK vindt dat de tijd van alleen onderzoeken en bewustwordingscampagnes voorbij is. Raadslid Serkan Soytekin vroeg zich af waarom iemand nog zou melden wanneer daar voor zijn gevoel weinig zichtbare gevolgen aan worden verbonden. Zijn partij kwam daarom met verschillende voorstellen, variërend van praktijktesten met loksollicitaties tot maatregelen tegen bedrijven die discrimineren.
Verschillende wegen
FvD trok juist een andere conclusie. Volgens raadslid Nic Redelinghuys bestaan er al verschillende mogelijkheden om discriminatie aan te pakken. Inwoners kunnen melding doen en bij strafbare feiten kunnen politie en Openbaar Ministerie optreden. Niet iedere melding vraagt volgens hem om nieuw gemeentelijk beleid. Andere partijen zochten het weer in andere richtingen. PRO wil onder meer beter kijken naar mensen die op meerdere gronden tegelijkertijd discriminatie ervaren. De ChristenUnie wil meer inzicht in discriminatie van verschillende religieuze groepen, terwijl Volt pleit voor een aanpak die meer aansluit bij wat er in afzonderlijke wijken speelt. CDA ziet daarnaast een rol voor stadsgesprekken om Rotterdammers buiten hun eigen kring met elkaar in contact te brengen.
Niet alleen tellen
Wethouder Joan Nunnely maakte duidelijk dat ook voor het college de monitor niet het eindstation is. Volgens haar moet Rotterdam niet alleen kijken naar hoeveel mensen melden, maar ook naar wie níét meldt, waarom dat niet gebeurt en wat er vervolgens met meldingen wordt gedaan. De monitor moet volgens haar worden gebruikt om te bepalen waar problemen zitten en waar de aanpak moet veranderen. Dat betekent niet dat ieder voorstel uit de raad automatisch wordt uitgevoerd. Sommige maatregelen kregen steun van het college, terwijl andere volgens de wethouders juridisch lastig uitvoerbaar zijn of botsen met bestaande regels. En daarmee komt de discussie uiteindelijk weer bij de Rotterdammer terecht die besluit een ervaring wél te melden. Registreren maakt discriminatie zichtbaar. De vraag die daarna overblijft, is misschien wel minstens zo belangrijk: wat verandert er vervolgens?















