
De drie Zakenvrouwen van het Jaar bouwen vanuit Rotterdam aan internationale impact
Algemeen 231 keer gelezenRotterdam - Drie vrouwen die elk op hun eigen manier bouwen aan een toekomst in recht, technologie en duurzaamheid zijn in Rotterdam uitgeroepen tot Zakenvrouw van het Jaar. Het gaat om Rilana Brand (Sociale Verzekeringsbank), Nadia Fani (Coastruction) en Kelly Ruigrok (GSES).
Door Cassandra Oostrom
Op het eerste gezicht lijken de carrières van de drie vrouwen nauwelijks met elkaar te vergelijken. Toch stond er tijdens de uitreiking van de Rotterdamse Zakenvrouw van het Jaar één ding centraal: drie vrouwen die ieder op hun eigen terrein hebben moeten navigeren in sectoren waar ze lang niet altijd vanzelfsprekend werden meegenomen.
Volgende generatie
Voor Rilana Brand, Head of Legal & Litigation bij de Sociale Verzekeringsbank, voelt de prijs zelfs als méér dan erkenning voor haar loopbaan. Ze groeide op in Curaçao en Spijkenisse en studeerde rechten aan de Erasmus Universiteit. In haar werkende leven zag ze weinig vrouwen met een vergelijkbare achtergrond terug in leidinggevende posities. “Dat is waarom deze prijs zoveel voor me betekent. Ik had zelf niet veel rolmodellen die op mij leken. Daarom hoop ik dat ik dat nu voor anderen kan zijn.”
Dat besef werd tijdens de uitreiking nog persoonlijker doordat haar kinderen erbij waren. “Voor hen wil ik laten zien dat grote dromen haalbaar zijn. Maar ook voor andere jonge vrouwen. Soms hoef je alleen maar iemand te zien die op jou lijkt om te denken: misschien kan ik dat ook.”
In haar dagelijkse werk geeft Brand leiding aan juridische teams binnen de Sociale Verzekeringsbank, waar sociale zekerheid centraal staat. Volgens haar gaat dat werk verder dan regels en procedures. “Wat ik mooi vind, is dat je werkt aan iets dat groter is dan jezelf. Uiteindelijk gaat het om bestaanszekerheid. Om mensen die ergens op moeten kunnen rekenen.”
Internationale stad
Ook Nadia Fani herkent dat thema van zichtbaarheid, al kwam haar route via een heel andere wereld. De oprichter van Coastruction verhuisde jaren geleden vanuit Italië naar Nederland en werkt inmiddels vanuit Rotterdam aan internationale projecten in de maritieme sector. “Rotterdam is zo’n internationale stad, met zoveel talent. Dat ik deze erkenning krijg, maakt me ontzettend trots.”
Fani groeide op in Florence en studeerde computerwetenschappen. Haar fascinatie voor technologie begon al vroeg, toen ze in de garage van haar ouders experimenteerde met 3D-printtechnieken. Via verschillende projecten rolde ze uiteindelijk de wereld van water en maritieme innovatie in. Een samenwerking met Boskalis bracht haar naar Nederland, waar het idee voor haar huidige bedrijf verder ontwikkelde.
In 2021 richtte ze Coastruction op, een bedrijf dat met 3D-geprinte structuren beschadigde mariene ecosystemen helpt herstellen. De kunstmatige riffen worden inmiddels toegepast in onder meer Nederland, Spanje, Noorwegen, Duitsland, Italië en het Caribisch gebied.
Niet vanzelfsprekend
Maar dat ging allemaal niet van zelf: “Ik ben een vrouw, een solo-founder én actief in de maritieme sector. Dat is nog steeds niet vanzelfsprekend. Soms merk je dat je harder moet bewijzen wat je kunt.”
Ze zag hoe vergelijkbare ideeën soms sneller financiering kregen bij anderen en hoe hardnekkig vooroordelen kunnen zijn in de sector. Daarom vindt ze het belangrijk dat vrouwelijke ondernemers vaker zichtbaar worden gemaakt. “Ik heb twee dochters van één en drie jaar oud. Ik hoop dat hun generatie straks opgroeit in een wereld waarin het niet meer bijzonder is dat een vrouw een technologiebedrijf leidt.”
Mannelijke oprichter
Waar Fani werkt aan herstel van natuur onder water, bouwt Kelly Ruigrok aan een ander soort fundament: inzicht in duurzaamheid. Met haar bedrijf GSES ontwikkelde ze vanuit Rotterdam een systeem dat duurzaamheid meetbaar maakt voor organisaties en overheden wereldwijd. Het platform wordt inmiddels gebruikt in meer dan 110 landen.
De aanleiding was een simpele, maar urgente vraag: hoe bepaal je of iets echt duurzaam is? “We worden overspoeld met keurmerken, labels en claims”, zegt Ruigrok. “Maar wat betekenen die precies? Daar wilden wij duidelijkheid in brengen.”
Wat volgde was een jarenlang proces van bouwen en uitbreiden. Eerst vanuit huis, later vanuit haar auto en uiteindelijk vanuit een vaste werkplek in Rotterdam. Maar in die reis kreeg Ruigrok ook te maken met scepsis en vooroordelen in gesprekken met investeerders: “Tijdens investeringsgesprekken kreeg ik letterlijk de vraag waar mijn mannelijke medeoprichter was... Minder dan één procent van het investeringsgeld gaat naar vrouwelijke ondernemers. Dat is eigenlijk niet uit te leggen.”
Voor haar voelt de prijs in Rotterdam daarom niet alleen als erkenning, maar ook als signaal. “Als je vrouwen niet ziet in bepaalde functies, dan wordt het moeilijker om jezelf daar voor te stellen. Daarom zijn dit soort initiatieven belangrijk. Als ik één iemand inspireer om een onderneming te starten, dan is dat al waardevol.”















