
‘Ik mis De Kneep en heb zin om snorretjes op verkiezingsposters te tekenen’
Algemeen 1.154 keer gelezenRotterdam - Sander de Kramer brengt op deze plek een eerbetoon aan de goeddoeners in Rotterdam, mensen die de stad kleur geven, die de wereld mooier maken. Dit keer: Manuel Kneepkens.
Woensdag 18 maart gaan we weer naar de stembus. Ik heb de kandidatenlijsten eens bekeken. Ik zag een hoop oude bekenden en nieuwe gezichten. Maar ook oude bekenden met nieuwe gezichten... vanwege de botox. Maar wie ik al jaren echt mis in ons mooie stadhuis, dat is Manuel Kneepkens.
Voor de jongere lezers: Manuel Kneepkens van de Stadspartij is zonder twijfel het meest markante raadslid dat Rotterdam ooit heeft gekend. Dankzij zijn uitstekende stel hersens, zijn eigenzinnige mening maar vooral zijn fantastische gevoel voor humor groeide Kneepkens tussen 1994 en 2006 uit tot een legendarische figuur in de raadszaal. Nooit meer zal ik zijn opmerkelijke plan vergeten om de stijgende agressie in Rotterdam-West een halt toe te roepen. ‘De Kneep’ wilde de hele wijk volhangen met geluidsboxen, waaruit dag en nacht krekelgeluiden zouden klinken. Want, zo had Manuel uitgedokterd, krekelgeluiden zijn heel rustgevend. De krekel in de strijd tegen de rekel, dus... Ik vond het zelf een beregoed idee, maar de Rotterdamse raad schoot Kneepkens’ pientere plannetje in de pudding.
Nóg mooier was Manuel z’n idee om meer toeristen naar onze stad te krijgen. De Kneep pleitte ervoor dat alle Rotterdamse mannen ‘verplicht’ hun snor moesten laten staan. Dan zouden we onszelf namelijk Snorrenhoofdstad van de wereld mogen noemen. ‘En dat trekt natuurlijk busladingen vol toeristen naar Rotjesnor’, jubelde Manuel. Ook ík was razend enthousiast. Ik heb destijds zelfs geopperd om ons stadsmotto ‘Niet lullen maar poetsen’ voor de gelegenheid te veranderen in ‘Het zit wel snor in Rotjeknor’. Helaas ging de rest van de raad niet mee het plan.
De werkwijze van Kneepkens ín de raadszaal was al even gers. Regelmatig sprak De Kneep, al dichtend en rijmend, de overige raadsleden toe. Dankzij al deze vrolijke ideeën werd de Kralinger later geëerd met de prestigieuze Lof der Zotheidsspeld. Maar vergis je niet... Manuel had en heeft nog steeds een heel groot hart voor de stad. Denk maar eens aan het prachtige monument van Marten Toonder, een idee dat uit zijn koker kwam.
Manuel Kneepkens, wat mis ik z’n humor en z’n scherpe geest in het stadhuis. Want zeg nou zelf: er mag toch wel wat meer gelachen worden in ons stadhuis? Ik krijg opeens een idee. Ik denk dat ik, in de geest van onze Kneep, alle verkiezingsposters ga opvrolijken. Ik ga de stad afstruinen en teken op de gezichten van alle kandidaat-raadsleden een grappig snorretje...















