
Alles over de Troonrede: 5 dingen die je moet weten
Algemeen 284 keer gelezenPrinsjesdag is elk jaar op de derde dinsdag van september in Nederland. Het wordt door heel Nederland gevierd en veel mensen hangen dan ook de orange wimpel op. Na een feestelijke optocht door Den Haag leest het staatshoofd de troonrede voor aan alle leden van de Eerste en Tweede Kamer bij elkaar. In deze toespraak vertelt hij wat de regering het komende jaar van plan is te doen. Het voorlezen van de troonrede is een traditie die in de Grondwet staat, bij artikel 65. Maar wat moet je allemaal weten over de Troonrede?
Inhoud van de Troonrede
Er zijn geen vaste regels voor hoe de Troonrede moet klinken of wat er precies in moet staan, maar meestal gaat het over hoe het land ervoor staat. Daarbij ligt de focus vaak op de economie, hoe het met de financien staat, de relaties met andere landen en de begroting.
Traditionele afsluiting met de bede
Sinds 1841 eindigt de Troonrede vaak met een gebedsmoment, een ‘bede’, waarin de Koning Gods zegen vraagt voor de leden van de Staten-Generaal. Deze traditie is door de jaren heen wel veranderd. Soms werd de bede aangepast of zelfs helemaal weggelaten. Bijvoorbeeld tussen 1994 en 2002, tijdens de Paarse Kabinetten, kwam de bede niet voor in de Troonrede. Omdat sommigen het niet passend vonden om zo direct om Gods zegen te vragen, is er vanaf 2003 een nieuwe versie van de bede.
Locatie van de Troonrede
De troonrede wordt elk jaar voorgelezen tijdens een gezamenlijke bijeenkomst van de Tweede en Eerste Kamer, waarmee het nieuwe vergaderjaar start. Sinds 1904 gebeurt dit in de Ridderzaal. Daarvoor was de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer de plek waar de koningin de troonrede voorlas, iets wat sinds 1815 werd gedaan. Alleen in 1814 werd er een keer voor de Trêveszaal gekozen. Na 1904 is de Ridderzaal bijna altijd de locatie geweest, behalve bij uitzonderingen zoals in 2020 en 2021. Toen moest er vanwege de coronamaatregelen uitgeweken worden naar de Grote Kerk in Den Haag omdat de Ridderzaal te klein was.
De schrijver van de Troonrede
De Koning leest de troonrede voor omdat hij deel uitmaakt van de regering, maar hij schrijft deze niet zelf. Dat is de taak van de ministers, die ervoor zorgen dat het verhaal duidelijk en boeiend is. Als de Koning er niet kan zijn, leest de minister-president de rede voor, maar dan noemen we het een openingsrede. Elke minister draagt bij met informatie over zijn of haar vakgebied. De minister-president en zijn team bij het ministerie van Algemene Zaken maken dan een eerste versie. Deze versie wordt besproken tijdens de wekelijkse ministerraad in de aanloop naar Prinsjesdag en wordt zo nodig aangepast. Het is niet duidelijk hoeveel invloed de Koning heeft op de uiteindelijke tekst. Wist jij dit al over de Troonrede?















