
‘Geen andere plek nodig voor recyclingbedrijf Van Leeuwen’
Algemeen 1.738 keer gelezenRotterdam - Er is geen andere plek nodig voor het recyclingbedrijf Van Leeuwen, dan het grasveld op de grens van Lombardijen met Barendrecht dat daarvoor nu is aangewezen. Dat stelt het college van Rotterdam in antwoord op vragen vanuit de gemeenteraad van de stad.
Op 6 september hebben raadsleden van Denk, D66, CDA en FvD schriftelijke vragen gesteld over de verhuizing van Van Leeuwen Recycling naar wijk Lombardijen. Daar wil het bedrijf zich vestigen op een terrein aan de Bergambachtstraat, tegen de grens met Barendrecht. Omwonenden vrezen overlast.
De vragen uit september zijn nu beantwoord.
De raadsleden hebben onder meer gevraagd of er andere plekken zijn voor Van Leeuwen, ‘verder weg van woongemeenschappen’.
“Er was sprake van slechts twee beschikbare locaties in Rotterdam, omdat het om een bedrijf van 22.000 vierkante meter gaat”, antwoordt het college. “Naast Hordijk betrof dit een locatie nabij de Waalhaven. Die locatie is echter gereserveerd voor havengerelateerde activiteiten. Van Leeuwen past niet in dat profiel, maar komt wat bedrijfsactiviteit betreft wel overeen met het beoogde toekomstperspectief voor Hordijk, waar we hoofdzakelijk inzetten op behoud van het huidige monofunctiohele, klassieke bedrijventerrein met op de stad gerichte bedrijvigheid.”
“Het enige alternatief zou daarom zijn dat Van Leeuwen verdwijnt uit Rotterdam. Dit heeft gevolgen voor de werkgelegenheid op het gebied van circulaire economie voor praktisch opgeleide mensen; een prioriteit van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid”, aldus het college.
Wat betreft de overlast en gezondheidsrisico’s houdt Rotterdam zich vast aan het oordeel van milieudienst DCMR en de provincie Zuid-Holland. Die zien geen problemen. Het is de provincie die een vergunning moet verlenen voor het bedrijf.
“De verplaatsing van Van Leeuwen Recycling past binnen het bestemmingsplan; DCMR heeft namens de provincie als bevoegd gezag geoordeeld dat het inpasbaar is en derhalve de vergunning verleend. De gemeente Rotterdam kan zich daarin vinden”, is de conclusie van het college. Burgemeester Aboutaleb heeft de brief ondertekend.















