Marco Pastors en Martin van Rijn. Foto: Caro Linares
Marco Pastors en Martin van Rijn. Foto: Caro Linares
Halverwege het Nationaal Programma Rotterdam Zuid

Niet accepteren dat een kind minder kansen heeft als het op Zuid wordt geboren

Algemeen 1.093 keer gelezen

Rotterdam - Tien jaar na de start het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) is het uitgangspunt onveranderd: ‘We accepteren het niet dat je minder kansen hebt in Nederland door de plek waar je woont.’ Vandaag werd halverwege de bijzondere aanpak van het gebied benadrukt dat dat zo blijft. En dat het een kwestie van lange adem is om in zó’n groot stadsdeel, met zulke ingewikkelde problemen, tastbare resultaten te zien. En die lange adem gaat op z’n minst nog tien jaar nodig zijn.

Door Emile van de Velde

In februari 2011 schreven Wim Deetman en Jan Mans het rapport ‘Kwaliteitssprong Zuid, Ontwikkeling vanuit kracht.’ Dat rapport vormde het begin van de grootste stedelijke vernieuwingsaanpak in de geschiedenis van Nederland: het Nationaal Programma Rotterdam Zuid. Mans is inmiddels overleden, maar oud-minister Deetman was vandaag (maandag 11 juli) wel aanwezig toen in KOCO in de Nancy Zeelenburgflat aan het Amelandseplein een andere oud-minister, Martin van Rijn, zijn rapport presenteerde. Dat rapport heet ‘NPRZ, tot hier en nu verder’ en gaat over waar Zuid na afgelopen tien jaar staat en hoe het verder moet. Het werd gretig in ontvangst genomen door burgemeester Ahmed Aboutaleb en NPRZ-directeur Marco Pastors.

Lees verder onder de foto.


‘NPRZ, tot hier en nu verder.’ Foto: Caro Linares

Voor die laatste is de inhoud van de evaluatie goed nieuws. Er is behoorlijk wat bereikt en er is óók volop vertrouwen in komende tien jaar. Al blijven er voor kwetsbare wijken in de grote stad altijd onvoorziene gebeurtenissen op de loer liggen die er harder aankomen dan elders. Denk aan de coronapandemie of de energiecrisis die er juist op Zuid flink inhakken en ook een gedeelte van de NPRZ-prestaties hebben doen verdampen. Maar die resultaten zijn er wel, concludeert Van Rijn: ‘Het gaat beter met veel mensen op Zuid dan tien jaar geleden. Meer mensen komen aan het werk, schoolprestaties verbeteren en de woningvoorraad verbetert.’

Maar het is nog lang niet genoeg. Het is duidelijk dat, zoals in het rapport staat, ‘de lat voor de komende tien jaar hoog ligt. Het zogeheten ‘hockeystick-effect’ (de eerste tien jaar 25 procent van de ambities realiseren, de tweede tien jaar de resterende 75 procent) zal niet vanzelf op gang komen.’ Wim Deetman was over die percentages overigens voorzichtig: “Al kom je maar tot 50 procent, dan nóg is dat een heel goed resultaat.”

Lees verder onder de foto.


Ahmed Aboutaleb. Foto: Caro Linares

Burgemeester Aboutaleb kondigde meteen aan dat hij zich niet kon voorstellen dat er in Rotterdam een ‘nee’ komt op welke aanbeveling uit het rapport dan ook. Hij heeft zich afgelopen jaren een eigen aanpak eigengemaakt en werkt nog steeds regelmatig vanuit dezelfde Nancy Zeelenburgflat. “Kijk naar buiten”, zei hij over het parkje op het Amelandseplein, “hier stond een gigantisch hek omheen omdat het een no go-area was. Dit plein is teruggeven aan de buurt, vorige week hebben we er met 500 bewoners gegeten tijdens een buurtfeest.”

Directer praten met de buurt is één van de zaken die in het het nieuwe rapport benadrukt worden. En dan vooral lúisteren. Luisteren zonder plan, waarbij niet al bepaald is wat je met je informatie gaat doen. En op basis van gelijkwaardigheid, zonder de organisatielogica van bestuurders. Om er meer voor te zorgen dat bewoners bondgenoten worden.

Als je bewoners bondgenoten wilt maken is er onder meer een ander accent nodig als het om wonen gaat. ‘Voeg aan de ambitie bij wonen toe dat je werkt aan een woningmarkt die voor iedereen werkt. Dat betekent concreet dat in Rotterdam-Zuid de onderwijzer een woning kan kopen, een gezin ruimte vindt om op te groeien en degenen met weinig inkomen een goede verhuurder treffen.’ Uitgangspunt zou ook meer moeten worden dat iedereen die in zijn wijk wil blijven wonen, dat moet kunnen. 

Lees verder onder de foto.


Wim Deetman. Foto: Caro Linares

De drie kernonderdelen van de eerste tien jaar NPRZ waren Werk, Wonen en Scholing. Die blijven met een hoofdletter geschreven worden. Er komt wel iets bij, als het aan de aanbevelingen in het rapport ligt. Veiligheid zou een belangrijkere rol moeten krijgen. Nog meer dan nu moet ondermijning aangepakt worden, het moet voor jongeren véél minder aantrekkelijk worden om een criminele carrière te beginnen.

Maar misschien wel het belangrijkste van alles zijn de kinderen die op Zuid geboren worden. ‘Op Zuid groei je van geboorte tot volwassenheid kansrijk op’, dát moet bovenaan staan. Scholen moeten daarbij geholpen worden, gezinnen direct in de wijken ondersteund worden, de eerder genoemde ondermijning tegengegaan worden, et cetera. 

Maar dan nog, de effecten op een kind dat nú opgroeit, zie je pas als ie volwassen is. En dat is dus een zaak van lange adem.

Uit de krant

Uit de krant