
Wat doen ze daar toch allemaal onder de grond bij metrostation Delfshaven?
Algemeen 3.859 keer gelezenRotterdam - ‘Ik kom hier voor de show!’, roept een vrolijke bewoner van de Schiedamseweg tegen medewerkers van de RET. Hij is één van de mensen die reageert op de uitnodiging om eens van dichtbij te komen kijken naar de grote klus die gaande is bij metrostation Delfshaven. Een klus waardoor dit hele jaar de straat overhoop ligt.
Door Emile van de Velde
En een show krijgen ze zeker, de bewoners van Schiedamseweg en Schans. Vandaag wordt de vloer gestort voor de nieuwe nooduitgang van het metrostation. Er zijn duikers ingevlogen om dat proces in het modderige water van de bouwput te begeleiden. Omwonenden mogen van dichtbij toekijken. Zij zijn het immers die een jaar lang met de werkzaamheden te maken hebben. De straat ligt open, de tram rijdt niet en je bouwt niet zomaar even een nieuwe uitgang vanaf het metroperron zonder herrie te maken.
“Ik werk in de horeca dus mijn dag- en nachtritme is iets anders dan dat van de werklui”, vertelt Martin. Hij woont vlak naast de bouwput, boven het prachtig opgeknapte Prinses Theater. Samen met een handjevol buren laat hij zicht bijpraten. Zo had Martin gezien dat er in de bouwput allemaal water gestort werd. Waarom?
Lees verder onder de foto.
![]()
Foto: Caro Linares
Terwijl RET-medewerkers tot in detail uitleggen dat het water ervoor zorgt dat de damwanden van de bouwput (’de kuip’) op hun plek blijven (’een stempel’ heet dat), trekt even verderop Bram Zijm zijn duikerspak aan. Hij gaat het water in om te zorgen dat het beton op de goede plek gestort wordt. Onder water ziet hij geen steek, op de tast en via een radioverbinding naar zijn bovengrondse collega’s zorgt hij dat alles goed gaat. “Ik duik overal waar het nodig is”, zegt hij met Amsterdamse tongval. “Dit is voor ons niet echt een moeilijke klus. Het leukste vind ik eigenlijk als er onder water iets kapot gebrand moet worden. Maar dat gaan we hier niet doen.”
Station Delfshaven is één van de vele Rotterdamse metrostations waar nieuwe nooduitgangen nodig zijn. Dat is al lang bekend. Grote ongelukken (Kaprun in Oostenrijk in 2000, de brand in de Mont Blanctunnel in 1999) zorgden ervoor dat de veiligheidseisen wereldwijd aangescherpt zijn. Een andere reden is de groei van Rotterdam, én het ov in Rotterdam. Het wordt steeds drukker in de metro. Hoewel het de bedoeling is dat het nooit nodig zal zijn, moet iedereen veilig weg kunnen komen als er onder de grond iets gebeurt. Er zijn al flink wat stations aan de beurt geweest: van Stadhuis (de grootste operatie tot nu toe) tot Dijkzigt (klaar) en van Leuvehaven (bijna klaar) tot Oostplein (klaar). En nog flink wat meer.
Bij elk station kan de verbouwing weer anders zijn. Soms is er ruimte om hele nieuwe uitgangen te maken, soms is er minder speling. Soms komen er uitgangen bij die ook op reguliere tijdstippen beschikbaar zijn, soms alleen een nooduitgang voor echte calamiteiten. Zoals onder de drukke Schiedamseweg. Daar is gekozen voor een gangetje vanaf het einde van het perron, zo de hoek om, zijstraat de Schans in. Daar komt een soort noodluik op de plek waar eerst een parkeerplaats was.
En dat is dus een ingrijpende klus. Die een jaar lang duurt. De metro kan gewoon blijven rijden, de tram niet. De auto’s hebben een weghelft minder. Voetgangers moeten het met minder stoep doen. Met onderzoek vooraf en geluids- en trillingsmeters tijdens het werk wordt nauwlettend in de gaten gehouden of de houten funderingen van de woningen zich goed houden. “Op zich wel mooi dat al die moeite gedaan wordt voor als er óóit misschien iets fout gaat. Maar begrijpelijk. Better safe than sorry.”















