Foto: Depot Noord
Foto: Depot Noord

Bij Depot Noord kun je vergaderen alsof je in de jaren twintig zit

Algemeen 165 keer gelezen

Rotterdam - Ben je voor je team naar een trainingslocatie, een meeting room of workshopruimte op zoek; Depot Noord is een stijlvol jaren twintig-pand dat tussen het centrum en Station Rotterdam Noord in ligt. Deze kleine fabriek ligt In de luwte van de drukke stad, waar luxe, comfort en zalig eten belangrijke pijlers zijn. Het team van Depot Noord heeft als doel ‘Outperformers’ te zijn. Dit wil zeggen dat de gasten die speciaal komen vergaderen in Rotterdam meer dan tevreden naar huis gaan. 

Het team ziet zichzelf als de fourageerwagen van de stad, waar ze medewerkers van bedrijven, zorginstellingen, scholen en overheid van alle gemakken voorzien, zodat ze een optimaal productieve dag kunnen beleven: 

‘Achtentwintig jaar geleden ben ik per toeval terecht gekomen in Rotterdam Noord. Ik woonde en werkte in Antwerpen en had een nieuwe baan gevonden bij een reclamebureau in het centrum. Daar vroeg ik rond naar woonruimte. In de eerste week had ik vrijwel direct beet. Een appartement op de Bergweg, te vergelijken met de Overtoom in Amsterdam. Het is een drukke slagader, het belletje van de tram klingelt om de paar minuten, auto’s rijden af en aan en hordes scholieren fietsen richting de stad, alwaar hun scholen staan. De Bergweg is wat minder lang dan de Overtoom. In een stad die bekend staat om no nonsens en het opstropen van je mouwen, is dat niet erg. 

Het appartement bevond zich op de hoek van de bovenste verdieping van een herenhuis. Het was klein, maar fijn. Het bad, een luxe voor iemand die net een paar jaar werkte, stond in de keuken. Mijn twijfelaar plaatsten we diagonaal in de slaapkamer, anders paste het niet. De meubels die ik had kwamen van de tweedehands zaterdagmarkt op de Blaak, waar toen nog de trein overheen liep. De Erasmusbrug moest nog gebouwd worden en Hotel New York stond nog vrijelijk op de kop van de Willemspier. 

Zodra ik vanaf de Bergweg de aangrenzende straatjes inliep, ontdekte ik hoe vuig de buurt was. Sommige straten waren verpauperd en er liepen dealers en tippelaarsters rond. Die woonden in panden die leeg stonden of die ze voor een appel en een ei huurden. 

Aan de Willebrordusstraat, een straat schuin tegenover de mijne, stond een oud fabriekje dat aan de buitenkant wit geschilderd was. Het was lelijk geverfd, want je kon de nerven van de voegen zien. Toen had ik niet kunnen bedenken dat ik dat pand zeventien jaar later met mijn lief zou kopen, dat wij er ons bedrijf in zouden vestigen en dat we er 2 vergaderruimtes zouden exploiteren.’

Kijk hier voor meer informatie.

Uit de krant