
Borduurkunstenaar Thijs van Buuren gaat het maken in New York
Algemeen 735 keer gelezenRotterdam - “Vroeger moest ik betalen om op een evenement te mogen staan, tegenwoordig ga ik op uitnodiging. Een wereld van verschil”, lacht borduurkunstenaar Thijs van Buuren. “Hopelijk heb ik snel een driepunts-uitvalsbasis van waaruit ik rondjes om de wereld kan maken: Rotterdam-New York- Bali- Rotterdam.”
Door Els Neijts
‘Misschien wordt hij ooit wereldberoemd’, schreef deze krant zeven jaar geleden optimistisch over Thijs en zijn eigen label Tegendraads. Die voorzichtige voorspelling lijkt hij waar te maken, want ondanks ‘gehakketak op de kunstacademie’ werd Thijs borduurkunstenaar! Toen hij als veertienjarige uit (geld)nood achter de naaimachine van zijn moeder kroop om zelf logo’s en andere prints op zijn kleding te naaien, raakte hij daar zo door gegrepen dat hij een borduurmachine kocht om daar zelfontworpen logo’s en prints mee te maken. Zijn vader leende hem het geld.
Inmiddels heeft Thijs vier machines, zeven man ‘personeel’, twee weefgetouwen en boert hij meer dan goed. “Het is zo vet om door festivals gevráágd te worden” grijnst hij trots, “vroeger moest ik betalen! Vorig jaar heb ik op maar liefst tien festivals gestaan en onlangs nog op Down The Rabbit Hole. Fantastisch, wéér een echte mijlpaal. We hadden van Mojo een groot Space-Ei als onderkomen gekregen. Dat hebben we bespoten en er ons logo op gezet. Om er met andere Rotterdamse ondernemers zoals Mascolori (schoenen- Nieuwe Binnenweg) en Venour (kleding- Meent) shirtjes te borduren en zelfs schoenen te tatoeëren.”
De weg naar succes was hard werken maar de rit verliep gestaag. “In 2012 had ik mijn eerste shopje aan de Willem Ruyslaan en drie maanden later mijn eerste stagiair, best een mijlpaal! Mijn eerste échte winkel kreeg ik in 2016 in het industriegebouw aan de Goudsesingel. Nu heb ik een verkooppunt in Amsterdam en zit ik met Tegendraads aan de Keileweg, tegenover de Ferro Dome. Met zes parttimers en een fulltime stagiair. Het is de bedoeling dat zich in dit pand alleen aparte initiatieven vestigen. Dat geldt voor dit hele gebied, dat is erg in ontwikkeling. Intussen heeft Museum Rotterdam in 2014 ook nog een trui van me aangekocht. Ik heb de hele collectie maar meegegeven.” Toch heeft Thijs ook nog dromen. “Ik moet nog één jaar op een houtje bijten. Mijn pa krijgt zijn geld nog én ik wil een one-way ticket naar New York, de scene is daar zo mega! Het leven daar wil ik afwisselen met af en toe een maandje Bali. Om daar stoffen te leren verven en weven. Ja, ik blíjf in de stoffen én ik kom natuurlijk regelmatig terug naar Rotterdam! Ik houd mijn huis aan.”















