
De voors en tegens van het nieuwe Rotterdamse daklozenbeleid
AlgemeenRotterdam - Verslaggever Amel Bali duikt iedere week in een onderwerp dat speelt in de Rotterdamse gemeentepolitiek. Deze week is de Kwestie van de Week: Het nieuwe Rotterdamse daklozenbeleid.
Een nacht buiten slapen is zwaar, zeker wanneer het regent of vriest. Toch is dat voor honderden mensen in Rotterdam de dagelijkse werkelijkheid. Vanaf 1 november wil de gemeente daar verandering in brengen. Dakloze mensen kunnen dan vijf maanden lang iedere dag terecht in de winteropvang, ongeacht de temperatuur. Een belangrijke stap volgens voorstanders, maar tegenstanders vrezen dat Rotterdam daarmee juist meer daklozen aantrekt. Hoe voorkom je dat een oplossing voor het ene probleem een nieuw probleem veroorzaakt?
Begeleiding
Volgens het college slapen dagelijks naar schatting 200 tot 300 mensen op straat. Bovendien is het aantal mensen dat wordt toegelaten tot de maatschappelijke opvang in vier jaar tijd met 25 procent gestegen. Tot nu toe ging de winteropvang alleen open bij vrieskou. Vanaf november blijven de deuren aan de Volkelstraat dagelijks open tot 1 april. Er komen 150 plekken voor de winteropvang, naast 70 bestaande opvangplekken voor andere doelgroepen. De opvang is toegankelijk van vier uur ‘s middags tot elf uur de volgende ochtend. Bezoekers krijgen niet alleen een slaapplek, maar ook begeleiding richting werk, zorg, huisvesting of terugkeer naar het land van herkomst.
Aanzuigende werking
Niet iedereen is overtuigd. Tijdens een debat in de gemeenteraad, aangevraagd door Manon van Dijk (Leefbaar Rotterdam) en Nic Redelinghuys (Forum voor Democratie), klonken stevige waarschuwingen. Vooral het loslaten van bepaalde toelatingsvoorwaarden baart beide partijen zorgen. EU-arbeidsmigranten hoeven bij binnenkomst niet langer aan te tonen dat ze minstens drie maanden binding met Rotterdam hebben of vooraf bereid zijn mee te werken aan begeleiding. Ook ongedocumenteerde mensen kunnen worden opgevangen. Volgens de tegenstanders kan dat mensen uit andere steden aantrekken, terwijl Rotterdam al kampt met overlast rondom opvangvoorzieningen. Of die gevreesde aanzuigende werking daadwerkelijk optreedt, is nog niet vastgesteld.
Van straat naar perspectief
Andere fracties kijken juist naar wat er gebeurt wanneer mensen buiten blijven slapen. Dakloosheid brengt gezondheidsrisico’s met zich mee en kan eveneens leiden tot overlast in de openbare ruimte.
Wethouder Astrid Kockelkoren verdedigde de plannen. Volgens haar is de opvang bedoeld als eerste stap naar een structurele oplossing. Het voortdurend openen en sluiten bij vrieskou werkte bovendien slecht voor zowel dakloze mensen als hulpverleners. Een bed alleen is volgens het college niet voldoende. Daarom moet begeleiding ervoor zorgen dat mensen verder kunnen. Tegelijkertijd erkent de gemeente de zorgen over overlast, onder meer in de Agniesebuurt. Er wordt gezocht naar andere opstapplekken voor het vervoer naar de opvang.
Meer dan een slaapplek
De gemeenteraad nam vier moties aan om de aanpak verder te verbeteren. Zo moet er aandacht komen voor verslavingszorg en samenwerking met organisaties die begeleiding en dagbesteding aanbieden. Ook gaat Rotterdam onderzoeken of dakloze mensen minder vaak beboet kunnen worden voor onder meer buitenslapen en bedelen. Daarnaast wil de raad leren van Europese steden die al ervaring hebben met langdurige winteropvang. De gemeente gaat bijhouden wie gebruikmaakt van de opvang, hoe lang mensen blijven en of zij verder worden geholpen. Voor de zomer volgt een evaluatie. Daarmee wordt de komende winter ook een belangrijke proefperiode. Niet alleen moet blijken of meer mensen een veilige slaapplek vinden, maar ook of de aanpak helpt om dakloosheid en overlast daadwerkelijk terug te dringen.















