
Klimaatdoel uit zicht: wat kan Rotterdam zelf doen?
Algemeen 198 keer gelezenRotterdam - Verslaggever Amel Bali duikt iedere week in een onderwerp dat speelt in de Rotterdamse gemeentepolitiek. Deze week is de Kwestie van de Week: Klimaatdoel uit zicht: wat kan Rotterdam zelf doen?
Meer zonnepanelen, woningen van het gas af, elektrisch vervoer en een industrie die overstapt op schonere energie. Rotterdam probeert op allerlei manieren de CO₂-uitstoot terug te dringen. Toch is dat bij lange na niet genoeg om het klimaatdoel voor 2030 te halen. Moet de stad dan een tandje bijzetten? En hoeveel heeft Rotterdam eigenlijk zelf in de hand?
Die vragen kwamen woensdag aan bod in de commissie Leefomgeving en Economie, die sprak over de nieuwste versie van het Klimaatactieplan Rotterdam. De ambitie is fors: in 2030 moet de CO₂-uitstoot in stad én haven 55 procent lager zijn dan in 1990. Met de huidige maatregelen komt Rotterdam volgens de berekeningen echter uit op ongeveer 35 procent. Er resteert een gat van 4.644 kiloton CO₂. Dat gat is bovendien groter geworden ten opzichte van de vorige berekening.
Niet alles in eigen hand
Dat betekent niet dat er niets gebeurt. Het Klimaatactieplan telt honderden projecten, maar juist een aantal maatregelen die veel verschil kunnen maken, loopt vertraging op. Ook netcongestie en een minder snelle vergroening van de landelijke elektriciteitsmix spelen een rol. Hoe ingewikkeld dat in de praktijk is, blijkt bijvoorbeeld bij het stroomnet. Rotterdam heeft ongeveer tweehonderd capaciteitsaanvragen gedaan voor woningen en scholen die de komende drie jaar moeten worden gebouwd. Hoeveel daarvan kunnen worden gehonoreerd, is nog niet duidelijk.
Bewoners willen zelf aan de slag
Dat de energietransitie niet alleen een zaak van overheid en grote bedrijven hoeft te zijn, bracht Ronald Franken van Energie van Rotterdam naar voren. Hij sprak namens zeven Rotterdamse energiecoöperaties met samen ruim duizend leden. Zij beheren onder meer zestien grote collectieve zonprojecten en ondersteunen bewoners bij isolatie, zonne-energie en aardgasvrije oplossingen. Volgens Franken zorgt zo’n aanpak niet alleen voor draagvlak, maar blijven door lokaal eigendom ook opbrengsten in de wijk.
De energiecoöperaties vinden wel dat het Rotterdamse beleid voor lokaal eigendom in de praktijk nog onvoldoende van de grond komt. Ze willen onder meer meer mogelijkheden om mede-eigenaar te worden van wind- en zonneprojecten, een stimuleringsregeling voor energiegemeenschappen en meer gemeentelijke daken voor collectieve zonneprojecten. Ook vragen ze ruimte voor bewoners die gezamenlijk een warmtevoorziening willen ontwikkelen.
Hoe ver moet Rotterdam gaan?
Extinction Rebellion legde een ander accent. De actiegroep vindt dat de gemeente haar invloed als grootaandeelhouder van het Havenbedrijf nadrukkelijker moet gebruiken om haven en industrie sneller te verduurzamen. In de commissie liepen de opvattingen eveneens uiteen. Vanuit Leefbaar Rotterdam werd gewaarschuwd dat klimaatbeleid de industrie niet zodanig moet belemmeren dat bedrijven vertrekken. Andere commissieleden wezen juist op de gevolgen van klimaatverandering en het belang om aan de doelen vast te houden.
Wethouder Sabine Biesheuvel deelt de zorgen over de voortgang, maar ziet geen wondermiddel waarmee het gat richting 2030 ineens kan worden gedicht. Grote projecten in de haven zijn belangrijk, net als de warmtetransitie. Tegelijk moeten volgens haar economie en duurzaamheid niet tegenover elkaar worden gezet. Bedrijven moeten kunnen verduurzamen én voldoende perspectief houden om in Rotterdam te blijven.
Voor bewonersinitiatieven ziet wethouder Biesheuvel eveneens een rol. Het versterken van energiecoöperaties is volgens haar een ambitie uit het coalitieakkoord en het college wil in een komende strategiebrief duidelijker maken hoe dat wordt ingevuld. De komende jaren moet blijken of al die inspanningen samen voldoende zijn om het gat richting 2030 kleiner te maken. Daarbij kijkt Rotterdam niet alleen naar het Rijk en de industrie, maar nadrukkelijk ook naar initiatieven uit de stad zelf.















