
Dichter schrijft twee odes aan de Erasmusbrug, die volgende maand 30 jaar bestaat
Algemeen 235 keer gelezenRotterdam - Op 4 september viert de Erasmusbrug z’n dertigste verjaardag. Of nou ja, vieren... Een groot feest komt er niet, dit jaar. Gelukkig is daar de Rotterdamse dichter Jan Dullemond, die maar liefst twee odes schreef aan het stadsicoon.
Over de Metafoor
Voor lichamen kan afstand
onoverbrugbaar zijn,
de geest zet het in beweging:
zo loop ik over de Erasmusbrug,
de Zwaan is zijn trotse bijnaam
als bekroning van zijn vorm,
benoemd door Rotterdammers
die naamgeven uit plezier
om de kloof te overbruggen
tussen alledaags en overslag,
bezigheid zonder sentiment
want voor de brug stabiel
twee werende oevers samentrok
slingerde hij heen en weer
bij wat zijwind of een tram
en was de Wipkip over de Maas,
als lach om zijn onvermogen,
zoals de Hoerenloper ons herinnert
aan onze lust en de Koopgoot
aan kooplust, Rotterdam
laat ons niet vergeten
wat we zijn als we terugkeren
naar onze oever
met een hoofd vol beelden,
de verbeelding bracht ons
met uitgebeelde blik
over de stroom onder ons,
werk van poëzie nu, een bijnaam
voor deze Rotterdamse brug
tussen voorstellingsvermogen
en natuurlijke aanleg,
twee oevers naar elkaar benoemd
vormen het hart van de stad.
Hier en nu is de Erasmusbrug
Uit een romantische filmwereld
op de fiets terug naar huis
is hier en nu de Erasmusbrug,
samen, achter elkaar, met tegenwind
meter na meter, trap na trap vooruit,
omhoog, de test van onze kracht
in het alledaagse dat onze aandacht vraagt,
verliefd op hier en nu, onze leeftijd
in tegenwind niet als excuus te zien
morgen ook de e-bikes te gaan kopen
die ons in comfort voorbij rijden,
maar de weinig verheffende inspanning,
meter na meter vooruit,
trap na trap omhoog,
achter elkaar, samen,
te zien als zegetocht
door doelloze tegenwind.
Met lichaam en geest in de hoogste staat
van vermogen ons omhoog te trappen
komen we halverwege de brug overeind
en vormen ons een beeld van het uitzicht:
een rijnaak met bulkvracht onder de brug,
erboven schoon-geregend blauw
en de skyline van Rotterdam in late herfstzon;
naast elkaar komen we op adem
en houden we de e-bikes op,
ons hier en nu is onherkenbaar
in het jeugdig vooruitzicht ooit
van bergen en bergstromen zonder brug
en daarachter vanzelfsprekend de aankomst
op een pas met eindeloos uitzicht
en daarna de dartelende afdaling,
het rode stoplicht onder de brug komt
nu, zonder trappen, onstuitbaar in zicht.















