
Bart Bos mijmert over de Kaap: ‘Het leefde. Rauw, ongepolijst en vol verhalen’
Algemeen 338 keer gelezenRotterdam - De avond valt en langzaam verstilt de stad. Zelfs in het altijd onrustige Rotterdam zakt het geluid naar de achtergrond, alsof de stad zelf even op adem komt. Langs de Maas, bij het Buizenpark op Katendrecht, hangt een bijna serene rust. Het water kabbelt zachtjes, lichtjes weerspiegelen in de rivier, en de schemering legt een zachte deken over de kades.
Door Bart Bos
Onwillekeurig dwalen de gedachten af naar vroeger. Naar de tijd van de roemruchte Kaap. Hoe zou het hier toen zijn geweest, in die woelige jaren waarin Katendrecht een eigen wereld vormde? Was het hier ook weleens zo stil, of klonk er altijd ergens gelach, muziek, geruzie, het leven dat zich luid en ongepolijst liet horen? Kon je hier toen net zo veilig struinen in het avondlicht? Of was dit het domein van tippelaars en hun pooiers, van dealers en ander gespuis dat je liever niet tegenkwam - niet bij daglicht, en zeker niet wanneer de duisternis inviel.
De Kaap had zijn ruwe randen, zijn verhalen die zich fluisterend voortvertelden, van havenarbeiders, zeelieden en nachten die langer duurden dan goed was.
Tijden veranderen. En hier op Katendrecht misschien wel het meest zichtbaar. De scherpe kantjes zijn afgesleten, de straten opgeknapt, de rust teruggekeerd. Sommigen zullen met weemoed terugdenken aan die woelige tijd. Het leefde, zeggen ze. En dat klopt - het leefde rauw, ongepolijst en vol verhalen.
Maar Katendrecht, in de volksmond nog altijd de Kaap, leeft nog steeds. Misschien iets rustiger, iets bedachtzamer. De stemmen zijn zachter geworden, de nachten minder luid. Maar onder die kalmere oppervlakte klopt nog altijd hetzelfde hart. Niet levenloos, maar volwassen geworden. Met herinneringen aan vroeger in de avondlucht. En met een toekomst die, net als de Maas, rustig maar zeker blijft doorstromen.















