
Rotterdamse heksen: Anna werd in het vuur gegooid, maar Marijtgen werd juist beschérmd
Algemeen 2.360 keer gelezenRotterdam - De Rotterdamse historicus Ferrie Weeda stuitte in de archieven op verhalen over heksen. Hij ontdekte het opvallende verhaal van Marijtgen Wynants, de vermeende heks van Delfshaven, én kwam meer te weten over het gruwelijke lot van Anna Claesdochter.
Door Astrid van Unen
Marijtgen Wynants werd er in 1615 van beschuldigd heks te zijn. Ze woonde in Delfshaven, destijds onderdeel van Delft. In tegenstelling tot de verwachting werd zij niet geëxecuteerd, maar door de stad in bescherming genomen. In het archief in Delft vond Weeda hierover documenten. Daarin verkondigen de burgemeester en de heren van de wet dat hen ter ore is gekomen dat ene Marijtgen Wynants, geboren in Delfshaven, uitgescholden wordt voor tovenares. Dat was niet de bedoeling.
Verboden heksen uit te schelden
De stad Delft verbood vervolgens de mensen haar uit te schelden op straffe van 25 gulden per overtreding. Dat was in die tijd een maandsalaris. In het document staat verder dat mensen haar niet meer mogen vastgrijpen, bekrijten en geen bezemstelen naar haar mogen gooien. Ook mochten ze haar niet dwingen ‘enige mensen of kinderen te zegenen.’ In die tijd geloofden mensen soms dat ze vervloekt of behekst waren en zij dwongen dan een vermeende heks hen te zegenen om die vloek ongedaan te maken.
Proces tegen vermeende gifmengster
Weeda ontdekte dat er in totaal tegen zes heksen processen zijn gevoerd, waarvan er twee uit Delfshaven kwamen. Behalve Marijtgen Wynants in 1615 was er ook een proces tegen Anna Claesdochter in 1585. Zij werd ervan verdacht gifmengster te zijn. Uit documenten die online te vinden zijn, blijkt dat zij heeft bekend ‘buiten pijn en banden van ijzer’, kortom zonder dat zij is gemarteld. Volgens Weeda is dit waarschijnlijk niet waar. Vermeende heksen werden in die tijd veelvuldig gemarteld en de bekentenis die daaruit voortvloeide was alleen rechtsgeldig als die binnen 24 uur herhaald werd zonder marteling. Maar dan stond de beul alweer klaar met zijn duimschroeven en ander marteltuig.
Alliantie met de duivel
Anna Claesdochter zou een alliantie zijn aangegaan met de duivel. Die had haar ‘zekere venijnige materie’ gegeven. Dit gif zou Anna Claesdochter bij kinderen en een jonge vrouw in hun kruik en drank vermengd hebben, waarna de vermeende slachtoffers door een ‘onnatuurlijke passie bevangen’ werden.
Lees verder onder de foto.
![]()
Heksenverbranding in 1571.
In het vuur gegooid
De straf was niet mals. Anna Claesdochter werd vastgebonden op een ladder, vervolgens gewurgd en daarna in het vuur gegooid. Haar goederen werden in beslaggenomen; de opbrengst ging naar de stad Delft. Het voordeel van het vastbinden op een ladder was dat de beul zijn handen niet zou verbranden als hij de veroordeelde in het vuur wierp.
Goede advocaat
Waarom is Anna Claesdochter in 1585 op de brandstapel geëindigd en dertig jaar later Marijtgen Wynants niet? Dit heeft alles te maken met Neeltje Andries en Marytje Arendsdochter uit Schiedam die in 1593 van hekserij werden beschuldigd. Zij pleitten zich vrij bij de Hoge Raad dankzij een goede advocaat.
Martelen niet meer toegestaan
Vanaf dat moment was het in Nederland niet meer toegestaan om vermeende heksen te martelen om een bekentenis los te krijgen. Hiermee was Nederland volgens Weeda een uitzondering; in de zuidelijke landen en Duitsland kwamen de heksenvervolgingen toen juist tot een hoogtepunt.















