
Roze kameraad Paul van Dorst laat zijn leven niet verpesten door bedreigingen
Algemeen 3.998 keer gelezenRotterdam - Twee jaar bestaan de Roze Kameraden, Feyenoord-supporters die zich identificeren als LHBTIQ+. Het leven van initiator Paul van Dorst (1987) is daarmee danig op z’n kop gezet: brandstichting, bedreigingen, bekladding van zijn voordeur: niets is hem bespaard gebleven. Op 17 november ontving hij als bruggenbouwer de Paul Nijgh-penning van de gemeente Rotterdam. “Ik vind dit onwijs eervol. Het geeft me de kracht om ondanks deze moeilijke periode met de Roze Kameraden het werk voort te zetten.” Paul van Dorst is deze week onze Rotterdammer van de Week.
Door Astrid van Unen
Hoe gaat het nu met de Roze Kameraden?
“We groeien nog steeds, inmiddels zitten we op 350 leden. Het gaat dus prima. Ook in de periode toen het dreigingsniveau hoog was en we nauwelijks activiteiten konden organiseren, zette de groei door. Inderdaad, de oprichting ervan heeft grote gevolgen gehad. Als ik dit puur voor mezelf zou doen, had ik de handdoek allang in de ring gegooid. Maar voor onze leden betekent de organisatie veel. Ik ga minder vaak naar De Kuip, maar ik volg Feyenoord nu op een andere manier. Als ik me oké voel, ga ik gewoon naar het stadion. Natuurlijk maak ik me druk om al die bedreigingen, maar het verpest m’n leven niet.”
Wat maakt Feyenoord nu echt jouw club?
“We doen het op zich goed, we zitten in de top van de Eredivisie. Het kan nog beter, maar we mogen niet klagen als we tenminste de komende twee wedstrijden in de groepsfase van de Champions League gaan winnen. Het klinkt misschien vreemd uit mijn mond, maar ik kwam als dertienjarig jongetje voor het eerst in De Kuip en werd enthousiast van de enorme saamhorigheid die er heerste: met z’n allen achter deze club staan. Dat zie je niet snel bij andere supporters. Een voorbeeld: begin deze eeuw verloor Feyenoord met 10-0 van PSV. Dat was verschrikkelijk. De wedstrijd erna zat het stadion helemaal vol met supporters om de spelers te steunen: we gaan ervoor. Niet lullen maar doorgaan.”
Wat is jouw passie?
“Ervoor zorgen dat iedereen in deze maatschappij mee kan komen. Dat was ook de drijfveer voor het oprichten van mijn sportschool in de Tarwewijk. Tot 2019 werkte ik bij Fokkers Services op Schiphol, na mijn studie luchtvaarttechniek in Delft. Maar er waren dingen die aan me knaagden, zoals de klimaatverandering die best heftig is en waaraan de luchtvaart een bijdrage levert. Daarnaast wilde ik een positieve impact op de mensheid hebben. Met de sportschool probeer ik een sociaal-maatschappelijke functie te vervullen. Charlois is een wijk waar een grote opgave ligt wat betreft sport en bewegen. We richten ons nu op kinderen, vrouwen en 55-plusser, naast het publiek dat ons al weet te vinden. Sport is een van de krachtigste middelen om mensen uit hun huis te krijgen en met elkaar te verbinden. Dat is het uitgangspunt en daar haal ik voldoening uit.”
Hoe Rotterdams ben je eigenlijk?
“Nou, ik woon hier inmiddels achttien jaar en ken de stad inmiddels goed. Eerst woonde ik in Vreewijk, daarna Bloemhof en nu op Katendrecht. In de nabije toekomst verhuizen we naar Feijenoord, want ik mis het rauwe Rotterdamse. Op Katendrecht is de mix een beetje uit balans.”
Uit wat voor gezin kom je?
“Ik ben opgegroeid in Papendrecht en heb twee broers. Mijn vader werkte voor de politie, mijn moeder op een mbo. Ik groeide op in een sportief gezin. Ik kreeg altijd de opdracht een sport te kiezen, maakte niet uit welke, als het maar bij me paste. Mijn vader komt uit een groot gezin met veel broers. Hij stond altijd voor ze klaar. Ik denk dat ik de betrokkenheid bij mijn omgeving, het voor elkaar zorgen, met de paplepel heb ingegoten gekregen. Het zelfstandig ondernemerschap heb ik niet van huis uit meegekregen. Mijn ouders vonden het in het begin wel spannend dat ik met een sportschool begon, ook omdat na twee weken corona uitbrak en de school dicht moest. Maar we zijn de achterstand aan het inlopen en inmiddels steunen ze me 100 procent.”
Wat vind je het lelijkste van Rotterdam?
“Dat we af en toe te weinig besef hebben van de historie van Rotterdam. Dat er zomaar gesloopt wordt wat liever behouden blijft. Daarnaast mis ik een bruisend uitgaansleven, wat we vroeger wel hadden. Het is nu zo dorps, we zouden meer ambitie moeten tonen.”
En wat is het mooiste van deze stad?
“Dat Rotterdam altijd in ontwikkeling is, de stad is nooit klaar. Net zoals het leven, je blijft emotioneel groeien, hoe oud je ook bent. En altijd zoeken naar de juiste richting.”















