
De tijd dat Rotterdam serieus nadacht over een gigantisch eroscentrum en zelfs een stadspooier
Algemeen 2.283 keer gelezenRotterdam - We hebben ingezonden stuk binnengekregen van Bart Bos. Bart mijmert over de tijd dat Rotterdam serieus nadacht over een gigantisch eroscentrum en een stadspooier. Hij stuurde onderstaande bijdrage naar De Havenloods.
‘De graansilo, een enorm groot betonnen blok aan de Maashaven, rauw en industrieel. Door haar verleden als de grootste graanopslag van Europa in haar gloriedagen een bijzonder stukje iconisch erfgoed. En ooit bijna het grootste eroscentrum van Nederland.
Al in 1975 werd het plan bedacht om de beruchte Kaap schoon te vegen van prostitutie. Maar waar moesten de ‘koninginnen van de nacht’ heen? Een eroscentrum gemodelleerd naar de Duitse erosflats zou de grote oplossing gaan bieden volgens de verantwoordelijke wethouder die al de ‘perfecte’ flat op het oog had, het iconische Witte Huis. Een stupide idee dat gelukkig door de eigenaar kon worden tegengehouden. Het bleef niet bij dat ene stupide idee. Zo kwamen onder meer het driehoekje tussen de sporen bij de diergaarde Blijdorp, de Kashba aan het Weena en, hoe konden ze het ooit bedenken, het gebouw van de Holland Amerika Lijn, nu Hotel New York, aan bod! Na een adempauze begon de zoektocht weer en passeerden de wateren bij de Euromast (sexboten) en het Poortgebouw de revue. Dat laatste stuitte op zoveel verzet dat ook dat plan sneuvelde. Uiteindelijk kwam de Keileweg als tijdelijk alternatief bovendrijven, nadat de tippelzone was verschoven naar G.J de Jonghweg. Het idee van een heus eroscentrum kwam nooit van de grond, tot begin 2000 het plan weer even kwam bovendrijven en architecten, ontwerpers en gewone Rotterdammers werd gevraagd mee te denken over een plek voor prostitutie waar de stad ‘trots op kan zijn’.
Één van de ideeën waar even serieus over na werd gedacht was de leegstaande graansilo, centraal gelegen, de ideale locatie. Er werd zelfs gesproken over de functie van een gemeentelijke ‘stadspooier’. Met de bravoure van een jonge hond die zich speels laat leiden door testosteron, zag ik mezelf als de Nederlandse Hugh Hefner rondlopen in de roodverlichte gangen van de silo, nog niet goed bewust zijnde van het vaak aanwezige onderdrukte verdriet bij de ‘dames van plezier’. Uiteindelijk werd het besluit genomen Rotterdam niet te transformeren naar ‘Rosserdam’ door ook de laatste tippelzone te sluiten.
Desondanks is het niet stil geworden in de voormalige graansilo, inmiddels omgedoopt tot evenementencentrum Maassilo, waar in de legendarische club Now&Wow honderden vrije geesten losgaan op techno, house, disco, dance en andere muziekstijlen die ik niet weet te benoemen of weet te waarderen als inmiddels senior in wording die na het avondeten toe is aan een dutje op de bank. Die baan als gemeentelijke ‘stadspooier’ was met het sneller dan verwachtte verlies van de wilde haren dan toch ook geen lang leven beschoren voor ondergetekende. Hoe heeft Hugh Hefner dat tot op hoge leeftijd kunnen volhouden?
(Ingezonden door Bart Bos)















