
Afscheid van een groot burgemeester in bomvolle Laurenskerk
Algemeen 2.145 keer gelezenRotterdam - Met de allure die bij een groot burgemeester past, heeft Rotterdam afscheid genomen van Bram Peper. De grondlegger van onder meer Kop van Zuid en Erasmusbrug kreeg in het stadhuis en in de Laurenskerk het afscheid dat hij verdiende. Bram Peper was burgemeester van 1982 tot 1998, hij overleed zaterdag 20 augustus op 82-jarige leeftijd.
Nadat alle Rotterdammers vorige week in het stadhuis een condoleanceregister konden tekenen, werd Peper er zaterdag opgebaard in een gesloten kist. Nog één keer was hij in het gebouw waar hij Rotterdam zoveel duwtjes in de juiste richting had gegeven. Maandag volgde in de Laurenskerk het afscheid van familie en vrienden. Waarna zijn familie hem naar het crematorium begeleidde.
Lees verder onder de foto.
![]()
Foto: Jasper Scholte
In de Laurenskerk werden ook de botsingen tussen Rotterdam en Peper gememoreerd. Maar altijd voerden zijn grote verdiensten voor de stad de boventoon. Loco-burgemeester Robert Simons roemde Pepers verdiensten in de periode dat Rotterdam van een grauwe havenstad uitgroeide tot bruisende metropool. Riek Bakker, nauw bij die metamorfose betrokken, vertelde op prachtige manier hoe dat ging. Ook dochter Menke en zoon Bram voerden het woord tijdens de twee uur durende indrukwekkende afscheidsbijeenkomst.
Vrienden als Wim Meijer, Ries Jansen, Frits Korthals Altes en Joop van Caldenborgh haalden herinneringen op. Niet zelden was hun vriendschap ontstaan na een conflict of politieke tegenstelling en later opgebloeid tijdens urenlange gesprekken in Old Dutch, eetcafé Van Stralen of Ballentent.
Tussendoor zong Gerard Cox over Ketelbinkie, schalmden The Rolling Stones door de Laurenskerk (’Street Fighting Man’) en speelde Carel Kraayenhof ‘Adiós Nonino’ op zijn bandoneon. Maria Heiden (de laatste 21 jaar zijn vriendin) memoreerde de laatste dagen van haar geliefde. Hoe het lichaam op was, maar zijn geest en humor scherper dan ooit waren.
We zullen Bram Peper missen, maar hoeven maar naar buiten te kijken om te zien wat hij in onze stad heeft achtergelaten.















