Krantenknipsel over de sprong van Lou Vlasblom.
Krantenknipsel over de sprong van Lou Vlasblom.
Rotterdamse legende

Lou Vlasblom dook van De Hef maar kon slechts een week van zijn roem genieten

Algemeen 4.502 keer gelezen

Rotterdam - Met een duizelingwekkende sprong vanaf De Hef, twee salto’s en een duik in het koude water van de Koningshaven werd Lou Vlasblom opeens een beroemde Rotterdammer. De enige die in 1933 Adolf Hitler van de voorpagina’s kon verdrijven. Al duurde Vlasbloms roem niet langer dan een week.

Het verhaal van de negentienjarige darmschrapper (het meest smerige baantje dat er in een slachthuis te vinden was) uit Crooswijk zit vol tragiek. Tientallen jaren later is de sprong van Lou Vlasblom nog steeds legendarisch. Generaties Rotterdammers vertelden het aan hun kinderen en kleinkinderen. Ook Siebe Thissen deed dat, tot zijn kinderen er genoeg van kregen. Toen schreef hij er een prachtig boek over. ‘De jongen die van De Hef dook’ verscheen afgelopen week en is meteen een bestseller.

Lees verder onder de foto.

Lou Vlasblom in 1956 op De Hef op 70 meter hoogte, waarvandaan hij in 1933 zijn recordduik deed. Foto: Nationaal Archief/Collectie Spaa

Gewone jongen

Thissen is al jaren gefascineerd door het verhaal. “Ik beschouw het als een typisch Rotterdams verhaal over een gewone jongen uit Crooswijk. Ik wilde met het boek een ode aan gewone Rotterdammers maken. Een ode aan een jongen uit een Crooswijks migrantengezin, Lou’s vader kwam uit Oud-Beijerland, zijn moeder uit Ouddorp. Het is een verhaal over een gewone jongen die, pats, besloot van een godsgruwelijke hoogte in het water te springen.”

Het was ook niet mis wat die Rotterdamse lefgozer deed, op die koude 14 januari van 1933. Lou Vlasblom verbrak met zijn sprong van 67 meter (zelf beweerde hij dat het iets meer was omdat het water laag stond) alle internationale records. Nooit maakte iemand een duik vanaf een grotere hoogte. En dan ook nog met twee salto’s! Een week lang was Lou de beroemdste Rotterdammer.

Lees verder onder de foto.

Voor de oorlog was bruggenspringen een populaire sport onder Rotterdamse jongens, aldus Siebe Thissen. “Lou was helemaal niet bezig met beroemd worden, hij wilde een sportieve prestatie neerzetten, een record breken.”

De Onverschillige

‘Lou had een goed getraind lichaam’, schrijft Thissen. ‘Atletisch. Hij was tanig maar gespierd. Zijn uitstraling was jongensachtig. Hij had fonkelende, helderblauwe ogen en er lag een cynisch lachje rond zijn mond. Een dikke laag haarcrème hield zijn zwarte haardos strak in model. Hij stond altijd rechtop, straalde overtuiging uit. Hij geloofde in zichzelf en was voor de duivel niet bang. Zijn vrienden hadden hem een bijnaam gegeven: ‘Lou de Onverschillige’.’

Alleen zijn vriend Joop Wijmans wist van Lou’s plan. Thuis had hij na het werk gewoon gezegd dat hij een stukje ging zwemmen. Dat deed hij elke dag. In de Rotte, de Boezem, de Kralingse Plas, de Maas of een havenbekken. 

Maar het werd dus De Hef waar Lou en Joop in hun bakfiets naartoe reden. Toen ‘de onverschillige’ de spoorbrug beklom, steeds hoger, en bovenin nog even een sigaretje opstak, stroomden beneden op de kade enkele tientallen toeschouwers toe. Onder hen ook een politieagent van bureau Nassaukade. Het waren toevallige voorbijgangers. 

Wijsmans zwaaide met een witte vlag en Lou dook de diepte in. De legende was geboren.

Toen hij uit het water kwam, werd Lou meteen ingerekend en naar het politiebureau gebracht. Hij kreeg een proces-verbaal en een bewonderende blik van de agent. Zijn moeder arriveerde met droge kleren. Daarna ging Vlasblom op de schouders van vrienden en nam hij samen met zijn moeder de tram terug naar Crooswijk. 

Pas de volgende dag stonden er journalisten aan zijn voordeur. De sprong zelf hadden ze gemist, maar dat kon je niet zien aan de voorpagina’s van de kranten. Die stonden er vol mee. Het was ook een mooi verhaal, over een jongen uit de arbeidersklasse die een held werd. Het was een welkome afleiding in de crisisjaren die vooraf gingen aan de Tweede Wereldoorlog.

Lees verder onder de foto.

Siebe Thissen raakte gefascineerd door de sprong van Lou Vlasblom toen een bevriende muzikant hem er na een concert in het Poortgebouw op wees. Nadat het verhaal jarenlang in zijn hoofd sudderde had hij tijdens de eerste coronalockdown tijd er een boek over te schrijven. Foto: Donna Thissen

Tijl Uilenspiegel

Thissen: ‘Nooit eerder had iemand het lef gehad een duik vanaf bijna zeventig meter in het diepe te maken. Niet in Amerika, niet in Duitsland en niet in Zweden, waar klifduikers rotsen en bruggen trotseerden. Kranten vergeleken de Rotterdammer met Tijl Uilenspiegel en Jan van Schaffelaar, zelfs met Michiel de Ruyter.’

Toch kwamen er ook meteen wat kanttekeningen in de media: ‘Nadat Lou Vlasblom zijn legendarische duik had volbracht, werd hij niet alleen overladen met superlatieven, maar ook met veroordelingen. Hij was een schlemiel, een slachtoffer van de reclame en vermaaksindustrie. Zijn daad was een symptoom van de uitzichtloosheid van de crisisjaren’, schrijft Thissen.

Later kwamen er meer verwijten. Over het voorbeeld dat Lou had gegeven. Een dodelijk voorbeeld. De roem die Lou Vlasblom die week ten deel viel, sprak méér Rotterdamse jongens aan. En dat zorgde voor een tragische kanteling van het verhaal. ‘Wat Vlasblom kan, kan ik ook’, dacht Jan Tabbernee. Tabbernee ging even beroemd worden als Vlasblom. Dacht hij.

Een week later beklom Jan Tabbernee de brug. Dit keer stonden de kades voller met nieuwegierige Rotterdammers. Ze zagen voor hun ogen een drama voltrekken. Tabbernee overleefde de sprong niet. Een verslaggever van de Bredasche Courant beschreef het als volgt: ‘Plotseling schoot het lichaam in de diepte. Even, slechts ongeveer tien meter, viel het lichaam kaarsrecht naar beneden, maar toen zag men een lichaam dat talloze keren omwentelde, met een geweldige slag op het water viel, en vrijwel terzelfdertijd in de diepte verdween. Een kreet van ontzetting steeg uit de mensenmenigte op. Het lichaam kwam niet meer boven. Het water kleurde rood.’

‘Ik wou dat ik het niet gedaan had’, zei Lou Vlasblom later. Tabbernee was een bekende Rotterdammer en veel mensen wezen naar Lou als schuldige van diens dood. ‘Papa trok zich die tragedie geweldig aan’, vertelde Lou’s dochter José tegen Siebe Thissen. ‘Hij zat er enorm mee in zijn maag. Allerlei mensen gingen zeggen dat papa de dood van die jongen had veroorzaakt. Ineens gingen mensen anders praten, zo van ‘die gek heeft de dood van Jan op zijn geweten’. Dat vond hij heel erg.’

Lou Vlasblom overleed in 1990.

Uit de krant

Uit de krant