
Van bakkerszoon tot boekenschrijver
Algemeen 731 keer gelezenRein Wolters tikt op 8 mei de 73 jaar bijna aan. De in Pernis wonende oer-Rotterdammer is een gelouterd mens met o.a. een koninklijke onderscheiding, gouden Karel de Stoutespeld, Erasmusspeld, de draagspeld en legpenning van de deelgemeente Overschie, Rotterdammer van het jaar 1992 en een grote doos vol carnavalsonderscheidingen. Thuis in zijn prachtige appartement aan de Uiterdijk in Pernis tuurt hij in gedachten naar buiten. Zachtjes mompelend: “Ik had me mijn oude dag toch wat anders voorgesteld. Mijn vrouw Ellie (71) verblijft permanent in een zorginstelling en zelf mankeer ik ook van alles. Maar ik wil niet klagen. Het leven is overwegend goed voor ons geweest.”
door Joop van der Hor
PERNIS- Rein Wolters is een echte Kapenees, geboren aan de Tolhuislaan 49 en daar is hij maar wat trots op. “Ik ben een jochie van Zuid en zal ook ‘Op Zuid’ het licht uit doen.”
Aan dood gaan heeft Rein een broertje dood want hij wilt nog zoveel doen; nieuwe boeken en artikelen voor de Oud Rotterdammer schrijven, mooie reizen maken, genieten van zijn kleinkinderen en zijn maatje Lee Towers op zien treden. Helaas kan dat niet meer met Ellie, de vrouw met wie hij op 23 april op zijn 16e jaar getrouwd is. Binnenkort vertrekt hij voor een vakantiecruise met zijn goede vriendin Sjaan met wie het echtpaar Wolters al vele jaren bevriend is. Hij haalt zijn schouders op over hetgeen achter zijn rug wordt gefluisterd. “Ze doen maar. Moet ik dan achter de geraniums gaan zitten wegkwijnen? Ik had graag anders oud willen worden, samen met Ellie. Net zoals Sjaan met haar te vroeg overleden man. Zij is mijn reismaatje, we passen een beetje op elkaar en dat geeft een veilig gevoel.” Rein blikt terug op zijn leven: “Ik ben inmiddels ouder als mijn vader. Die is op zijn 71e gestorven aan asbestkanker. Hij werkte op de scheepswerf van Van Giesen in Krimpen. Als kind ben ik een keertje op zijn werk geweest. Alles aan de binnenkant van de scheepshuid was wit van het asbest, eigenlijk nog een wonder dat die man nog zo oud is geworden.” Aan zijn vader heeft hij weinig goede herinneringen. “Ik kom uit een gezin met 9 kinderen en kreeg meer slaag dan vreten. Mijn vader heeft ook als bakker gewerkt en zo ben ik later ook bakkersknecht geworden. Van Katendrecht verhuisden we naar de Pantserstraat op de rand van de Afrikaanderwijk en Bloemhof. Op 13-jarige leeftijd bracht ik melk rond in de Zuidhoek in Charlois en na ons trouwen waren we als 15 en 16-jarige de koning te rijk op een zolderkamertje 3-hoog aan de Rozestraat. Daar ben ik op de eerste dag het huis uit gevlucht na een ‘aardbeving’. Nooit zo bang geweest. Alles schudde en kraakte. Wat bleek; een grote zware locomotief met wagons vol erts denderde voorbij. Geen ideaal stulpje voor een zwaar zwangere vrouw. In 1971 verhuisden we naar Hoogvliet. We waren de koning te rijk in ons flatje en later in onze eerste eengezinswoning aan de Alsemstraat met onze twee zoons en dochter. Inmiddels hebben we vier kleinkinderen.”Als Wolters op zijn praatstoel zit is een paginagroot interview volstrekt ontoereikend om zijn hele levensverhaal op te schrijven. U kent hem vast als journalist van eerst Het Vrije Volk, het Rotterdamse Dagblad en het AD. Van zijn talloze boeken en de vele goede doelen waarvoor hij zich heeft ingespannen zoal stichting Columbine, Familiehuis Daniel den Hoed, purser/entertainer op cruiseschepen en de Tour van Drie op het Kruininger Gors in Oostvoorne.















