
Odile Hemmen over wijn en Binnenweg: ‘Ik kan heel goed ruiken’
Algemeen 262 keer gelezenRotterdam - Terwijl buiten de reuring van de grote stad langsraast, stelt Odile Hemmen binnen in haar winkel al jaren een oase van goede wijnen samen. ‘Ik kan heel goed ruiken’, aldus de voorzitter a.i. van Vereniging De Binnenweg. Hemmen is al decennialang een bekende naam in de stad. En nu is Odile ook nog onze Rotterdammer van de Week!
Door Emile van de Velde
Hoe gaat het met de straat?
“Ik ben positief. Er is altijd wel gedoe, natuurlijk. Maar dat hoort ook bij de reuring van de grote stad vind ik. Met de Nieuwe Binnenweg gaat het hartstikke goed. Het is een winkelstraat met nauwelijks leegstand. En ‘s avonds, als de winkels dicht gaan, is er de horeca. Het leeft hier áltijd.”
Wel veel drukte.
“Soms zoek ik de rust op ja. Op bezoek bij mijn moeder, of ik naar mijn zeilboot in de Oosterschelde. Ik vind het ook fijn om naar het Park te gaan, of door de tunnel naar het Zuiderpark. En ik fiets vaak over de Maasboulevard naar de sportschool. Dat is een heerlijk tochtje. Ik word ook heel blij van ons station, als ik de stad uit ga voor proeverijen of een wijnreis, maar natuurlijk vooral op de terugreis naar Rotterdam. En wat ik een superuitzicht vind, is als je rijdt vanaf Rijnhaven richting Erasmusbrug. Dan lijkt het net een hele grote stad! Ik ben opgegroeid in Zeeuws-Vlaanderen, echt helemaal buiten. Het was een fijne jeugd. Maar toen ik de middelbare school af had, moest ik er echt weg. Iedereen van een jaar of 18 ging er weg. Veel klasgenoten gingen naar Vlissingen of Breda. Ik wilde per se naar Rotterdam.”
Waarom?
“Ik was hier als meisje van 10 weleens met een vriendinnetje op bezoek bij haar oma geweest. Ik vond alles fantastisch: die grote, moderne stad. De Euromast, met een poffertjeskraam. Toen ik op mijn achttiende naar de introductiedag van de HES ging, was het heel erg mistig. Je kon helemaal niets van de stad zien, maar toch wist ik: hier wil ik heen.”
De eerste jaren heb je vooral in Kralingen gewoond.
“Het begin is wel grappig om te vertellen. Tijdens de introductieweek van de hogeschool waren we op stap geweest. Dat eindigde in Quasimodo, een bekende tent toen onder Cinerama. Ik had de sleutel van mijn kamer al, maar stond middenin de nacht op straat, in die grote stad, en wist echt niet waar ik nou woonde. Toen heeft de portier me naar huis gebracht ha ha.”
Later ging je Hemmen in plaats van Verstraeten heten.
“Ben Hemmen had begin jaren zeventig de wijnwinkel op de Nieuwe Binnenweg overgenomen en iedereen kende hem. Ik had zijn zoon Bas ontmoet op De Parade en al snel trok ik bij hem in, schuin boven de winkel. Later zijn we getrouwd en verhuisd naar de Rochussenstraat. We zochten meer ruimte omdat we kinderen kregen. We wonen er nog steeds. Boris is nu 22, Milou is 19.”
Je eerdere baantjes hadden niets met wijn te maken.
“Mijn schoonvader ging met pensioen en het ging me aan het hart dat de zaak misschien zou verdwijnen. Ik wilde altijd al iets voor mezelf beginnen. En ik ben opgegroeid met lekker eten en drinken. Mijn moeder is West-Vlaamse, vandaar misschien. Ik ben me in wijn gaan verdiepen, kan gelukkig erg goed ruiken. In 2005 heb ik de zaak overgenomen, ik hoefde alleen de voornaam op de gevel te veranderen. Ik denk dat ik hier nu echt een bijzonder assortiment heb.”
En dan zit de zaak ook nog op zo’n mooie plek.
“Ja, de Nieuwe Binnenweg! Sinds een tijdje ben ik voorzitter van de biz. De straat bestaat uit winkels die er al heel lang zitten en nieuwe ondernemers die eigenlijk allemaal wel iets vernieuwends en innovatief doen. Op een of andere manier zijn het vaak originele en een beetje tegendraadse zaken. Daar hou ik van. We werken goed samen, organiseren leuke dingen in de straat.”
Hemmen blijft er nog wel een tijdje vermoed ik.
“Zeker. Denk je dat ik over tien jaar met pensioen moet? Ik weet het nog niet hoor. Misschien blijft de winkel wel in de familie. Milou kan ook heel goed ruiken!”















