
RET-directeur Linda Boot: ‘Zelf kijk ik ook goed om me heen als ik ‘s avonds laat met de metro naar huis ga’
Algemeen 11.075 keer gelezenRotterdam - Bijna een jaar is Linda Boot (60) nu directeur van de RET. Interviews gaf ze nog niet. Ze was vooral bezig met het goed leren kennen van dit ‘icoon van Rotterdam’. Nu volgt een periode van actie. Ze gaat op het Rotterdamse stadhuis praten over veiligheid in ons ov. En hoopt in Den Haag een gigantische bezuiniging te voorkomen.
Door Emile van de Velde
Boot wilde graag afspreken op het RET-terrein aan de Kleiweg. Ze komt op een dienstfiets vanaf metrostation Melanchthonweg. Ze reist altijd met het openbaar vervoer. Soms gaat ze voorin bij de bestuurder zitten, soms in de drukte. En zoals meer vrouwen in Rotterdam vindt ze het niet altijd fijn om ‘s avonds te reizen. Voor het eerst geeft ze een interview over het ov in onze stad.
We hebben bij je aantreden op 1 februari vorig jaar ons eerste interviewverzoek gedaan.
“Maar toen had ik helemaal nog niets te vertellen! Ik wilde eerst het bedrijf goed leren kennen. En de mensen die bij ons werken. Ik ga zo vaak mogelijk met ze mee. Pas nog had iemand in de metro zoveel te vertellen dat ik mee ben gereden tot Zuidplein. En tijdens de jaarwisseling ben ik ook gaan kijken hoe het ging. Het was indrukwekkend om te zien hoe we zó’n enorme mensenmassa binnen korte tijd naar huis kregen. Het was gigantisch druk, maar even later was alles rustig. En het was gezellig, lachende RET-mensen met een kerstmuts op.”
Je hebt ook in Amsterdam en Den Haag gewerkt, wat is er anders bij het Rotterdamse openbaar vervoer?
“Rotterdam is ruwer. Rauwer. Misschien omdat het een havenstad is. De dingen die hier gebeuren zijn echt heftiger. Een schietpartij in een volle metro, bijna aan de lopende band steekincidenten. Dat is in andere steden niet zo. Dat ligt niet aan het openbaar vervoer, we zijn onderdeel van de maatschappij. Toen er in er in de metro bij Hoek van Holland werd geschoten, belde ik de politiecommissaris. Het bleek om een ruzie tussen criminelen te gaan. Die hadden elkaar net zo goed ergens anders kunnen tegenkomen. Wat er in de samenleving gebeurt, zie je bij ons terug., We vervoeren wel 600.000 mensen per dag hè.”
Hoe is dat voor het RET-personeel?
“Er gebeuren soms vervelende dingen. Mensen worden bespuugd. Of krijgen klappen. We zorgen altijd voor nazorg. En ik bel zelf ook vaak nog met de mensen.”
Maak je je er zorgen over?
“Deze maand ga ik naar de driehoek (burgemeester Carola Schouten, politiechef Fred Westerbeke en hoofdofficier Hugo Hillenaar, red.) met een plan. Het is in eerste instantie zaak dat er geen verdere bezuinigingen komen. En dat we efficiënter omgaan met techniek, met slimme camera’s, flexibele inzet van boa’s, toezichthouders die zoveel mogelijk aanwezig zijn. We zouden best meer boa’s willen hebben, we hebben er de middelen zelfs voor liggen, maar kunnen er niet genoeg mensen voor vinden. Ik denk dat we slimmer met de techniek moeten omgaan. We kunnen zien hoeveel mensen er inchecken. En zien óók hoeveel mensen er daadwerkelijk in het vervoer zitten. Als die tweede groep groter is dan de eerste, moeten we daar meteen op af kunnen. En er hangen ook genoeg camera’s op straat hè, dáár kunnen we al zien als er bijvoorbeeld groepen de metro ingaan. Nogmaals: we zijn onderdeel van wat er op straat gebeurt.”
Lees verder onder de foto.
![]()
Linda Boot op het RET-terrein aan de Kleiweg. “De RET is echt een icoon van de stad. Iets als Diergaarde Blijdorp. Of De Havenloods. Mensen voelen zich heel erg betrokken bij het bedrijf. Ik vind het echt bijzonder dat ik directeur van zo’n icoon mag zijn. Ik werd op de koffie gevraagd door zo’n headhuntersbureau en kon niet geloven dat het voor deze functie was. Dat had ik echt niet zien aankomen.” Foto: Naomi Geeve
Hoe staat het met het personeelstekort?
“De metro’s rijden gewoon volgens de normale dienstregeling. De trams en bussen moeten dat dit voorjaar weer gaan doen. De opleidingen zitten vol, er gaan mensen aan de slag. Maar het is een wilde arbeidsmarkt, met een groot rijbewijs kun je op veel plekken aan de slag. We hebben bijna 600 nieuwe mensen aangenomen, maar daarvoor hebben we wél 5000 gesprekken moeten voeren. We hebben aanbrengpremies uitgeloofd, tekengelden gegeven, er is een nieuwe betere CAO afgesloten.”
Hoe reis je zelf door de stad?
“Ik ga altijd met het openbaar vervoer. In Rotterdam met de RET, daarna met de trein naar mijn woonplaats Gouda. Maar ik moet eerlijk zeggen... Kijk, ik ben ook een vrouw. Er is genoeg onderzoek geweest naar hoe vrouwen zich ‘s avonds in het ov voelen. Als ik naar een afspraak moet die tot 23.30 uur duurt, ga ik óók nadenken hoe ik het beste terug kan gaan. Dan kijk ik op het perron óók goed om me heen. Het fijnste is altijd als er reuring is, als het druk is, er winkeltjes zijn. Een bloemenstalletje in een station helpt al. Lege stations voelen unheimisch. Ik snap best dat vrouwen zich soms onveilig voelen.”
Er dreigt een gigantische bezuiniging van de regering.
“We hebben opgeroepen een petitie te ondertekenen, dat hebben nu 35.000 mensen gedaan. Ik hoop dat we ze in Den Haag op andere gedachten kunnen brengen. Het gaat om 110 miljoen, en die zal via de Metropoolregio Rotterdam Den Haag bij ons terechtkomen. Nou, ik zie niet waar ik dat vandaan moet halen hoor. Dat gaat echt niet gebeuren. Desnoods moeten we actie voeren.”
Naar café Postiljon
Linda Boot is nu bijna een jaar directeur van de RET. Ze volgde op 12 februari 2024 Maurice Unck op. Ze gaat er vanuit dat dit haar laatste baan na een lange carrière is.
Boot was eerder ook directeur/bestuurder bij afvalbedrijf Cyclus, voorzitter Raad van Bestuur bij Pameijer in Rotterdam, directeur Railbedrijf bij HTM in Den Haag, gemeentesecretaris bij de Utrechtse Heuvelrug en directeur bij het Ministerie van OC&W. Ze werkte ook bij de gemeente Amsterdam en was hoofd Marketing en Vervoersontwikkeling en Hoofd Vervoer van het Busbedrijf bij GVB in de hoofdstad.
Aan haar tijd bij Pameijer hield ze haar favoriete Rotterdamse plek over: “Het Noordplein. En dan vooral café Postiljon. Destijds was Hugo de Jonge de wethouder waar ik mee te maken had en als hij een-op-een met me wilde afspreken, gingen we naar Postiljon. Daarna ben ik er blijven komen, en nog steeds, maar dan zonder Hugo de Jonge. Ik kende Rotterdam al goed hoor. Ik ben opgegroeid in Gouda, maar ook vroeger gingen we altijd al naar Rotterdam om te winkelen.”















