
‘Een kelder vol water, muren vol schimmel en meer muggen dan ik ooit gezien had’
Algemeen 2.081 keer gelezenRotterdam - Regelmatig vertellen agenten van Politie Delfshaven over hun belevenissen op straat. Dit keer is dat wijkagent Jurre. Hij schrok van een huis vol water, muggen en schimmel. ‘Dat mijn hulp te laat kwam, zorgde voor een spreekwoordelijk krasje op m’n ziel.’
‘Als ik álle muggen die ik ooit gezien heb bij elkaar had opgeteld, kwam ik nog niet op de helft van de hoeveelheid die dáár rondvloog.’
Sinds dit jaar ben ik toegevoegd aan het basisteam in Delfshaven, waar ik werkzaam ben als wijkagent voor Nieuw-Mathenesse/M4H. Het werk als wijkagent brengt verschillende uitdagingen met zich mee, waaronder een recente situatie die me diep heeft geraakt.
Op een middag fietste ik door een straat in Delfshaven toen ik opeens zag dat er een emmer water uit een huis werd gegooid en op straat belandde. Het kwartje moest even vallen maar het betrof de woning van een eerdere melding “Wateroverlast van de buren”.
Na wat overtuigingskracht betrad ik de woning van melder. Het huis stond vol spullen, zoveel dat ik soms zijwaarts moest lopen. In de kelder stond een flinke laag water en kwamen er vele muggen op mij af. De kelder zag zwart, niet door verf, maar door een ongezonde zwarte schimmel die de kelder over had genomen. Op de trap stonden kaplaarzen voor als het water te hoog zou staan, de melder had de situatie duidelijk “geaccepteerd”.
Ik besloot een onderzoek te laten uitvoeren door de gemeente, wat onthulde dat de wateroverlast niet van de bovenburen kwam, maar vanuit zijn eigen kelder. Bij harde regen drong het water via het kozijn zijn koopwoning binnen. Ondanks het rapport weigerde de bewoner alle hulp die wij samen met de gemeente en de zorg aanboden.
Even daarna kwam het bericht dat ik vreesde: zijn broze gezondheid, de weinige slaap, de stress, de ongezonde zwarte schimmel en alle andere gezondheidsproblemen waren hem teveel geworden. Ondanks de inzet van alle hulpdiensten, was het lichaam van meneer helemaal op en kwam hij te overlijden.
Een meneer die eigenlijk nog jaren had willen en moeten genieten van het leven was nu niet meer onder ons. Voor hem kwam de hulp helaas te laat, iets wat mij diep raakte en zorgde voor een spreekwoordelijk krasje op m’n ziel.
De situatie bracht me terug naar de gesprekken die ik met hem had. “Werkte ik maar eerder op Delfshaven als wijkagent!” dacht ik. Misschien had ik hem dan eerder of op een andere wijze kunnen helpen.’















