Het afscheid van Josephus Marinus van Scheppingen. Foto: Bianca Boer
Het afscheid van Josephus Marinus van Scheppingen. Foto: Bianca Boer
Eenzame Uitvaart

Jos had in ieder stadje een ander schatje, maar op zijn uitvaart zijn alleen vier medewerkers van het verpleeghuis

Algemeen 12.997 keer gelezen

Rotterdam - Stichting de Eenzame Uitvaart Rotterdam (dEUR) verzorgt samen met de gemeente Rotterdam waardige uitvaarten voor Rotterdammers die begraven worden zonder nabestaanden. Voor elke uitvaart schrijft een dichter een speciaal gedicht dat hij of zij voordraagt. Na afloop volgt een verslag.  De Havenloods plaatst dit eerbetoon. Omdat we geen enkele Rotterdammer eenzaam het graf in willen laten gaan.

Woensdag 13 september 2023, 09.00 uur
Begraafplaats St. Laurentius, Rotterdam
Dichter van dienst: Miguel Santos  
Auteur verslag: Daniël Dee

De hitte is voorbij en er staat zelfs een verfrissende wind, het is bewolkt, maar zo nu en dan breekt de zon door, wanneer we ’s ochtends om negen uur verzamelen voor weer een eenzame uitvaart. Dit keer nemen we afscheid van de heer Josephus Marinus van Scheppingen (*25-01-1952, Amsterdam – †06-09-2023, Rotterdam).

Buiten de gebruikelijke mensen die praktisch altijd aanwezig zijn bij een eenzame uitvaart – ditmaal de vier dragers, twee medewerksters van Dela Goetzee, een medewerkster van de begraafplaats, Jonne van de gemeente, Bianca en ik – zijn er dit keer ook vier medewerkers van verpleeghuis Laurens, de plek waar dhr. van Scheppingen is overleden, langsgekomen om de laatste eer te bewijzen. 

Dhr. van Scheppingen had nog een zus, maar daar was het contact al jaren geleden mee verwaterd. Uit de verhalen van de verpleeghuismedewerkers wordt duidelijk dat hij vrachtwagenchauffeur was, van mooie kleding hield, dat zijn roepnaam Jos was en dat hij van flirten hield: ‘In ieder stadje een ander schatje’. Alle vier de medewerkers hebben Jos in hun hart gesloten. Niet veel later arriveert de rouwauto, maar van Miguel Santos, de dichter van dienst, is nog geen spoor te bekennen. 

De vier dragers tillen de kist uit de auto en zetten het op de rijdende baar. Het valt direct op dat er dit keer geen bloemstuk op de kist ligt. Een medewerkster van Dela zegt dat ze de bloemen vanochtend niet konden vinden, maar dat ze die straks alsnog zullen brengen. 

Om 8.50 u appt Miguel Santos, de dichter van dienst, dat hij onderweg is. Als hij er om 9.05 u nog niet is, bel ik hem op. Het blijkt dat hij per abuis op de algemene begraafplaats Crooswijk staat. Gelukkig liggen beide begraafplaatsen niet ver van elkaar. 

Dus iets later dan gepland, maar evengoed met klokgelui, lopen wij naar het graf, onder een bewolkte hemel. Het blijkt op dezelfde plek te zijn als van mevr. van Hulsteijn, de vorige eenzame uitvaart. Een medewerkster van Dela houdt het openingswoord en leest een gedicht dat begint met ‘Een mens heeft niet veel nodig’ of was het ‘Om te leven heb je niet veel nodig’? Ik kan het me niet meer precies herinneren. Ik kende het gedicht ook niet. Miguel Santos draagt zijn gedicht voor terwijl de wind de eerste bruine bladeren van de bomen blaast. Na afloop van zijn voordracht legt hij zijn gedicht op de kist. Dan neemt een van de verzorghuismedewerkers het woord. Hij vertelt over de successen die hij met Jos heeft gevierd – hoe hij weer leerde lopen – maar ook dat ze samen verdriet hebben gedeeld – dat het toch weer mis ging, dat Jos merkte dat hij weer verslechterde. Twee weken voor zijn dood brak hij zijn heup, vanaf dat moment ging het snel achteruit met hem. Tot slot wordt nog Dust in the Wind van Kansas gedraaid. Het gedicht van Miguel Santos wordt door de wind van de kist geblazen, een medewerkster van Dela raapt het op en legt het terug op de kist met daarbovenop een kiezelsteentje. Dan breekt ineens ook de zon door. 

Nadat iedereen nog afzonderlijk een laatste groet heeft gebracht aan het graf van dhr. van Scheppingen en we teruglopen naar de poort, zie ik hoe een medewerker van de begraafplaats met een brander onkruid tussen de graven verbrandt.


Josephus Marinus van Scheppingen
(25-1-1952 – 6-9-2023)

hoeveel er tussen Amsterdam
en Rotterdam door deze man vervoerd is
staat niet op een Bill of lading
noch in dit gedicht

maar het vermoeden is
dat er vele vrouwenharten
met de man meereisden

ooit een kleine jongen
en toen hij later groot werd
wist hij een ding zeker:
kleding maakte de man
en het flirten kinderspel

van het leven genoten, de humor, dat moet wel
goed drinken en eten, nog beter gezelschap
en het leven wordt vanzelf een avontuur

hoe er toch niets
of niemand bleef
vertellen de verhalen niet

er rest een laatste knipoog
van de godenzoon die uiteindelijk
de Amstel voor de Maas verruilde

wat ertussen geschiedde
zal voor altijd iets blijven
van toen hij nog onderweg

© gedicht Miguel Santos © verslag Daniël Dee

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant