
Rotterdam van 19TOEN in beeld: Puinruimers
Algemeen 2.903 keer gelezenRotterdam - De geschiedenis van Rotterdam in de twintigste eeuw (19TOEN) is uiteraard niet exact in 1900 bij de eeuwwisseling begonnen. In deze rubriek laten we wekelijks een beeld van Rotterdam uit de vervlogen jaren van de 20e eeuw de revue passeren. Aflevering 41.
Zodra de branden in de meidagen 1940 waren uitgewoed, maakte Rotterdam zich op voor de wederopbouw. In december 1940 was ‘de puin’, zoals dat in de volksmond heette, geruimd en kon men starten met de eerste bouwwerkzaamheden. Een half jaar lang was een ploeg van 20.000 man bezig in de binnenstad van Rotterdam het puin van het bombardement te ruimen. Maar tot die tijd was het verwoeste gebied voor de Rotterdamse jeugd een speelterrein geweest met een ongelooflijke aantrekkingskracht. Het was weliswaar streng verboden om achter de afzettingen te komen, maar de jeugd wist de politie te omzeilen en struinde als schatgravers door de ruïnes waar de puinruimers een oogje dichtknepen.
Op bevel van de Duitsers kreeg de Gemeentelijke Technische Dienst (GTD) vrijwel direct na het bombardement van 14 mei 1940 opdracht de stad puinvrij te maken. Een tijdelijke Opruimingsdienst had in het begin de beschikking over ruim 30.000 werklozen. Het puinruimen werd vanaf eind mei door middel van een nieuwe afdeling Opruiming van de GTD beter opgezet met ploegendiensten in zes wijken. Belangrijkste doel was het vrij maken van de wegen. Het werk van deze puinruimers was niet alleen fysiek maar ook psychisch zwaar. Behalve de werklozen werden ook de Bouwpolitie, slopersfirma’s en het leger ingeschakeld om zo snel mogelijk het verwoeste gebied op te ruimen. Daarbij zijn nogal wat historische gebouwen onnodig verloren gegaan.
Al snel werd er een scheiding gemaakt tussen de resten met het oog op hergebruik van materialen. Voor het afvoeren van alle puin reden er in augustus 1940 zo’n 1400 vrachtwagens af en aan op een vastgesteld traject door de stad. Grof puin liet de directeur van de GTD ir. W.G. Witteveen direct storten, bijvoorbeeld in de Kralingse Plas.
Ingrijpender wellicht dan het puinruimen in die eerste oorlogsjaren was het dempen van historische grachten als Rotterdamse Schie, Blaak, Schiedamse Vest (gedeeltelijk), Kolk, Nieuwehaven, Schiekolk, Spuiwater en Hofpleinkolk waarvan het stadsbestuur soms achteraf in kennis werd gesteld. Het was duidelijk dat Witteveen bij deze dempingen rekening hield met nieuw aan te leggen verkeerswegen in het kader van zijn wederopbouwplan. Op 1 juli 1942 kondigde de bezetter echter een algehele bouwstop af. Het plan Witteveen kwam ter discussie. Zijn opvolger, ir. C. van Traa kreeg opdracht om een moderner plan te ontwerpen. Op 15 juni 1946 werd zijn basisplan Herbouw Binnenstad Rotterdam vastgesteld.
![]()
Een onderkomen van de puinruimers, destijds ook wel Puinruimersvilla’ genoemd. Foto: Uit H. Boomsma, Rotterdam zoals het was (1995).
Zie voor aflevering 40:















