Nina Slotboom. Foto: Ester Gebuis
Nina Slotboom. Foto: Ester Gebuis
Rotterdammer van de Week

Nina Slotboom doet wat ze leuk vindt en dat is winkeltje spelen

Algemeen 3.852 keer gelezen

Rotterdam - Nina Slotboom (49) runt al achttien jaar kledingzaak L’ALTRADONNA in Hillegersberg. Het Rotterdams ondernemerschap zit haar in het bloed. Haar vader was goudimporteur aan de Heemraadssingel, oma runde een hotel eveneens in West en haar overgrootmoeder verkocht in de jaren twintig al meubels op de markt. Nina is onze Rotterdammer van de Week en laat zich voor het eerst interviewen.

Door Peter van Drunen

Waarom hebben we niet eerder over jou en je zaak gelezen?

“Ik denk omdat we in Rotterdam zitten en niet in Amsterdam. Dat scheelt echt. Als we daar zouden zitten met ons merkenpakket, hadden we veel aandacht gekregen. Voor mezelf hoef ik geen aandacht. Mijn weg is meer naar binnen dan naar buiten.”

Hoe bedoel je ‘naar binnen’?

“Na een lastige periode, wilde ik het anders doen. Ik wilde inzicht krijgen in waarom ik doe wat ik doe. De sleutel is zelfliefde. Dat ben ik steeds meer gaan ontwikkelen. Ik heb minder van buiten nodig om gelukkig te zijn.”

Je hebt succes, maar bent niet meegegaan met de trend van online verkopen. Hoe zit dat?

“Dat is een keuze. Van zo goed mogelijk gevonden worden op Google word ik niet warm of koud. Ik wil doen wat ik leuk vind en dat is winkeltje spelen. Iemand mooi aankleden en een beleving maken in de winkel.”

Speelde je als kind al winkeltje of kleedde je poppen aan?

“Allebei. Ik speelde postkantoortje met m’n zusje. Ook had ik allemaal Monchichi-poppen in m’n bed liggen. Zelf paste ik er amper bij. Ik had zo’n hele rits mooi aangeklede poppetjes en die hadden allemaal een dekentje en een duimpje in hun mond.”

Lees verder onder de foto.

Foto: Ester Gebuis

Wanneer wist je dat je in de kleding moest?

“Ik heb nooit gehad dat ik vond dat ik in de kleding moest. Ik weet wel dat m’n vader me op een dag geen geld meegaf voor een ijsje met m’n vrienden. Toen dacht ik: dit gebeurt me nooit meer. Toen heb ik echt besloten dat ik geld wilde verdienen voor vrijheid.”

Was je als meisje gelukkig?

“Ik was erg op mezelf. Ze zeiden altijd: jij kon met je duim in een hoekje gaan zitten. Ik had niet zoveel vriendinnen, maar wel een paard, Ilona, waar ik mijn boterham met pindakaas mee deelde. Tot mijn zestiende. Toen ging ik werken en begon ik jongens leuk te vinden. Jongens was ik niet gewend, want sinds de scheiding van mijn ouders kwamen er alleen vrouwen bij ons op verjaardagen.”

In hoeverre heeft die vrouwenlijn jou beïnvloed?

“Ik denk dat ik daarom na mijn zestiende alleen maar met jongens omging en zelfs ‘Nino, one of the guys’ werd genoemd. Ik ben gelukkig niet sceptisch naar mannen, maar ik vind de liefde wel een uitdaging. Daarom werk ik hard aan mezelf om bepaalde patronen te doorbreken.”

Je vader, oma en overgrootmoeder waren ondernemer. Wie was je grootste inspiratiebron?

“Ik denk oma. Ze wist hoe ze haar centjes moest verdienen. Ze had eerst een hotel, later een viswinkel en toen ze lichamelijk zwak werd, ging ze kamers in haar herenhuis op de Claes de Vrieslaan verhuren. Daar haalde ze op haar oude dag drieduizend gulden per maand mee op. Ze was ondernemer pur sang, maar het meest inspirerend was dat ze alles wat ze had met ons deelde. Ze was zo’n mooi mens.” 

Wat heb je van je vader meegekregen als ondernemer?

“Ik weet ‘t niet. Ik denk ‘gewoon doen’. Hij was een olifant in een porseleinkast naar personeel. Ik ben eerder te voorzichtig. Ik vind confronterende gesprekken moeilijk. Mijn vader was één grote confrontatie.”

Veel retailers gaan failliet, terwijl jij succes hebt. Hoe verklaar je dat?

“Authenticiteit. Ik doe mijn eigen ding en kijk niet naar anderen. Ik kijk niet naar wat er op modegebied getipt wordt en volg eigenlijk geen trends. Ik vind mijn inspiratie door te reizen. Door kunst, architectuur en door wandelingen in de natuur. Als je jezelf voedt met mooie dingen en je fijn voelt, dan komen de ideeën vanzelf, althans, zo werkt het bij mij.”

Komen er ondernemende Slotboompjes aan?

“Ik denk allebei mijn kinderen. Mijn dochter Anne kan serieus goed stylen en verkopen, maar bovenal heel mooi ontwerpen. Dat kan ik niet. En Matt is een geboren ondernemer. Hij heeft een hang naar het organiseren van feestjes. Daarmee treedt hij in de voetsporen van z’n vader.”

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant