Afbeelding

Rotterdammer van de Week: theaterman Rob Wiegman

Algemeen 4 keer gelezen

Rotterdam - Hoewel hij niet uit een kunstzinnig nest stamt, wilde Rob Wiegman (73) al op de middelbare school het liefst op het toneel staan. Als geboren Rotterdammer deed hij auditie voor de toneelschool in Amsterdam maar werd afgewezen. “Niet goed genoeg” lacht hij achteraf. Via de zijdeur maakte Wiegman toch zijn entree in het Rotterdamse culturele leven. Hij vervulde diverse functies in verschillende theaters. Mede door zijn enthousiaste no nonsense inzet ging in 1998 de eerste paal van het Nieuwe Luxor de grond in.

Door Els Neijts

Wat maakt je zo trouw aan de stad?

‘Natuurlijk mijn werk in de theaters want het was bijna héél anders gelopen. Toen ik nog een kind was, kon mijn vader een baan krijgen in Indonesië. We stonden al gepakt en gezakt toen de politionele acties uitbraken en we noodgedwongen tijdelijk bij mijn oma in moesten trekken.

Uiteindelijk verkasten mijn ouders naar Bergschenhoek, maar tegen die tijd zat ik al als dienstplichtige in het leger. Daar hebben ze een man van me gemaakt, een échte kerel!’


Hoe ben je dan het theater ingerold?

‘Ik ben begonnen als assistent-bedrijfsleider in bioscoop Lumière. Tot de toenmalig directeur van het Oude Luxor me vroeg of ik een jaartje bedrijfsleider van het Hofpleintheater wilde worden. Dat jaartje werden er zeven en toen aan het eind van die periode de directeur van de oude Schouwburg wegging, werd ik waarnemend.

Daarna is het circus pas echt begonnen. De oude Schouwburg werd gesloopt. Hij had gemakkelijk weer opgebouwd kunnen worden, maar er lagen andere plannen. Heel jammer, maar daardoor kwam ik wel in het Oude Luxor terecht. Die periode, de zeventiger jaren, was een fijne, wat zeg ik, een machtig mooie tijd!’


Kom maar op met die anekdotes!

‘Je wilt niet weten wat er allemaal te vinden is in de archieven van het Oude Luxor. Ik heb het er nog wel eens over met oude kameraden, zoals Hans Kombrink, toen wethouder van kunstzaken. We bedachten bijvoorbeeld Clean Air Now (CAN). Om niet-rokers ter wille te zijn kwam er een rookverbod in het theater. Behalve in het achterste deel van de foyer. Doordat het daar altijd bomvol stond kon je geen hand voor ogen zien en alle rook werd de zaal in geblazen. Wat hebben we gelachen! Ja joh, toen rookte ik ook nog als een ketter.

Ongekend was ook de explosieve populariteit van cabaret. Nadat het Cameretten festival in ‘88 van Delft naar Rotterdam verhuisde hebben veel gevestigde namen van nu in het oude Luxor hun eerste grote succes binnen gesleept.

Toen in ‘91 Hans Teeuwen en Roland Smeenk de finale wonnen, zat ik in de jury. We wisten meteen dat er pal voor onze neus iets bijzonders gebeurde. De ene helft van de zaal stond stijf van de adrenaline, de andere helft liep totaal gechoqueerd weg.’


Wat vind je als pensionado van de stad?

‘Ik vind het de lekkerste stad van Nederland. Kijk nou eens naar alle terrassen, naar de Schouwburg met Floor, de Kop van Zuid, Walhalla en alle particuliere initiatieven en creativiteit. Als je dat vergelijkt met toen ik opgroeide...

Met de Seven Seas Bar aan de William Boothlaan en een paar kroegen aan de Westersingel had je het wel gehad. De binnenstad was nog volstrekt leeg, er wás geen moer. Jaha, ik heb een moeilijke jeugd gehad! ‘

Wat mankeert er nog aan de stad?

‘We leven te veel op het weekend en er zijn wel héél veel restaurantjes. Persoonlijk houd erg ik van zaken waar ze geen poeha hebben maar wel lekker koken. Ik verbeeld me niks hoor, dat heb ik nooit gedaan, maar niet iedereen is geschikt voor de horeca.

Uit de krant