
Rotterdammer van de Week Susan Bijl heeft ‘n hekel aan tassen
Algemeen 9.723 keer gelezenRotterdam - Ondanks dat ze Willem de Kooning Academie niet afmaakte, slaagde Susan Bijl er toch in een succesvol ontwerpster te worden. Haar creaties zijn simpel, herkenbaar en functioneel. Paradepaardje is de Big Shopping Bag, die iedereen kent als de Susan Bijltas. De eerste tweehonderd naaide ze zelf en verkocht ze binnen haar eigen netwerk. Vervolgens werden met geleend geld van familie, de eerste 13000 in China gemaakt, die gretig werden afgenomen door winkeliers. Ze wordt gesteund door een klein team, waar haar partner Vincent van Duin deel van uit maakt. Susan Bijl is onze Rotterdammer van de Week!
Waar ben je geboren?
“In Zoetermeer. Ik had een fijne jeugd, met jongere broer en zus Jan en Sophie. We woonden eerst in een jaren 70-flat. Later in een huis in zo’n veilig woonerfgebied. Op m’n 14de verhuisden we naar de Rotterdamse Kleiweg. Als puber ging er toen een wereld voor me open. M’n vader was programmeur bij IBM en m’n creatieve moeder had Scapa aan de Kruiskade.”
Waarom tassen?
“Eigenlijk heb ik er een hekel aan, ook aan spullen in het algemeen. Als kind liep m’n moeder, nadat ik m’n kamer had opgeruimd, de vuilniszakken na, omdat ik teveel weggooide. Na de Willem de Kooning Academie, wilde ik dingen fabriceren, zonder dat daar een opdracht of beoordeling aan verbonden was, dus begon ik met knutselen en maakte van alles. Omdat ik wel van functionele dingen, die lang meegaan en goed werken houd, dacht ik in 2000; waarom geen tas, die alle andere tassen overbodig maakt en geschikt is voor supermarkt als club? Dat werd ‘The New Shoppingbag’. We hebben nu een vast team van 5 enthousiaste mensen, die zich verbonden voelen met het merk. Ik maak intussen verschillende items voor dagelijks gebruik, van ripstop nylon. Het zit allemaal wel in de tassen en dragershoek, maar we zijn ook met een regenjasje bezig. Ik maak liever een paar ‘goede’ items. Er is al genoeg rommel. Ik verkoop mijn producten wereldwijd, maar met name in Japan en Nederland.”
Waarom gevestigd in Rotterdam?
“Ik ben opgegroeid, volgde mijn studie en kreeg kinderen in Rotterdam. Ik heb hier wortel geschoten, maar heb altijd een haat-liefde-verhouding met de stad gehad. De laatste jaren wordt het steeds leuker. Ik woon in het centrum met drie kinderen. Dus ik mis wel groen. Er is nu een klein parkje op het Grote Kerkplein, waar we veel zijn, maar van mij mag er veel meer groen bij. En het verkeer rondom de Meent, is echt onhoudbaar.”
Waar kwam je vroeger veel en nu?
“Ik kwam veel in coffeeshops. Dat waren toen niet van die blowplekken, maar ruimtes waar je ging socializen met veel creatieven. Er speelden bandjes en ze draaiden alternatieve muziek. Later kwam ik graag in Nighttown, De Vlerk of op MTC parties. Ik had in de begintijd van Club Vibes, een vriendje die daar draaide. Daar was ik aardig wat nachtjes. Nu doe ik veel aan yoga en pilatus. Ik kom dagelijks in supermarkt Gimsel en restaurant Spirit. Ook leuk vind ik winkels als Zomer’s en Wendela van Dijk, Kaapse Maria, bioscoop Kino, de skatebaan aan de Westblaak en Scapino Ballet. De Mauritsweg waar onze winkel zit, wordt steeds fijner.”
Heb je nog ambities?
“Ik wil een duurzame onderneming. Of dat nu in de bedrijfsvoering is, de producten die we maken of wat we eten. Onze ripstop nylon-tassen hebben het belangrijkste keurmerk. Ze gaan 5 tot 10 jaar mee, maar een eventueel scheurtje of gaatje, repareren we dat kosteloos. Op deze manier willen we consumenten er bewust van maken dat je niet altijd iets nieuws hoeft te kopen. Onze nieuwe collectie heet ‘Leftover’ en is gemaakt van restmateriaal van vorige collecties.”















