
Het slechte imago van stadsduiven is nergens voor nodig
Algemeen 1.477 keer gelezenDe meeste mensen keuren de stadsduif nauwelijks een blik waardig. Waarom zou je ook? Het zijn grauwe, nietszeggende vogels in winkelstraten die hinderlijk laat opzij gaan wanneer je nog snel de laatste Black Friday Deals op de kop probeert te tikken. Niet bepaald een hoogtepuntje van Moeder Natuur, toch?
Ik vind dat onterecht. Stadsduiven zijn prachtige, atletische vogels. De groen en paars glanzende veren op de hals van het mannetje zijn ongekend. En ze doen geen vlieg kwaad, want het zijn strikte vegetariërs.
Toch doen veel mensen nogal negatief over duiven. Veelgehoorde opvattingen zijn dat duiven alles onder poepen en ziektes overbrengen. Je roept gewoon: ‘het is een vliegende rat’, en je bent klaar. Nadenken is niet nodig.
Dat slechte imago komt mede door de vettige verschoppelingen die in de binnenstad voorbij strompelen op pootjes met minder tenen dan je zou mogen verwachten. Ze worden gezien als de leprozen van de vogelwereld, maar anders dan vaak wordt gedacht zijn ze hun tenen niet verloren aan een of andere nare ziekte. Uit onderzoek is gebleken dat duivenpootjes massaal verstrikt raken in draadjes, touwtjes en bovenal: lange mensenharen. De tenen knellen eenvoudigweg af. Het is een probleem waar de duiven zelf weinig aan kunnen doen. Toch worden ze erop aangekeken. Daar bestaat een term voor: victim blaming. Had je maar geen duif moeten worden.
Een nogal cynische opvatting wanneer je bedenkt dat stadsduiven al meer dan duizend jaar geleden door ons mensen hier naartoe zijn gebracht, omdat ze zo nuttig zijn. Maar nu beweren sommigen dat er gewoon veel teveel duiven zijn. De voor de hand liggende oplossing? Er moeten duiven weg. Het is een veelgehoorde en hardnekkige misvatting. Wie terugkijkt op de afgelopen vijftig jaar ziet al snel dat het vangen en doden van duiven nog nooit iets heeft opgelost. Er komen gewoon weer nieuwe. Ook het verjagen van duiven is lang niet altijd effectief. De een verjaagt de duiven van zijn balkon, waardoor de vogels neerstrijken op het balkon van zijn buurman.
Zo spelen we met z’n allen een potje duiventennis. Natuurlijk kun je duiven weren van plekken waar ze ongewenst zijn, maar dat heeft alleen zin als je ze dan ook ergens een plek geeft waar ze wél mogen leven. Zo los je het probleem constructief op. Want een stad zonder duiven is ondenkbaar.
André De Baerdemaeker
André De Baerdemaeker is ecoloog bij Bureau Stadsnatuur















