De molen draait soepel

Daar sta je tot voorbij de branding verzonken
Gespannen langs de lijn die de top beweegt
Gelaten met de golf die weer schuimkop leegt
Er is nog nooit een vis in de zee verdronken

De molen draait soepel en klinkt als een ratel
De schubben laten zich er op tot neer deinen
Terwijl een haak in een bek voelt verdwijnen 
Wat er in een Latijn nog veel groter vertelt

Bij het keren van Eb verkijkt de kans een kust
Verzetten de hengels een nieuwe plek in zand
Keert de zee terug naar een verblijf aan land
Waar de vloed zich met wormen in slaap sust

Jeroen Naaktgeboren, april 2026