De eenzame zeevisser aan de uiterste rand van Rotterdam.
De eenzame zeevisser aan de uiterste rand van Rotterdam.

Geen volle emmer, maar wel een leeg hoofd

Rotterdam - Dichter Jeroen Naaktgeboren en journalist Matthijs Timmers gaan op zoek naar wat Rotterdammers beweegt. Zoals de eenzame zeevisser aan de uiterste rand van Rotterdam.

Turend over de witte schuimkoppen richting lijn, dobber en horizon, wekt de zee de indruk van oneindigheid. De Noordzee is een onmetelijke plas water met een rijkdom aan verborgen schatten. Hier aan het uiterste puntje van Rotterdam, op het opgespoten stuk zand van de Tweede Maasvlakte dat de industrie van het zoute water heeft ingenomen, kan de eenzame visser zich met deze ruimtelijke gedachte voor even aan de benauwdheid van het stadse bestaan onttrekken.

Toch blijkt de zee, hoe langer de dobber op het golvende wateroppervlak blijft drijven, allerminst een synoniem voor een oneindige bron aan verborgen schatten. Gedurende de jaren wordt de Noordzee steeds intensiever door ons mensen gebruikt.

Er vaart een groot schip langs, richting haven, waar met grote kranen de containers van het dek af worden getakeld. De Noordzee is een van de drukst bevaren zeeroutes ter wereld.

Aan de horizon draaien reusachtige wieken, die van de woeste zeewind stroom maken die met dikke kabels over de zeebodem naar land wordt gebracht. De Noordzee heeft maar liefst tien van deze windparken.

En die hele grote dobber achterin is een productieplatform, waar tot voor kort gas vanonder de zeebodem vandaan werd opgepompt, om onze huizen mee te verwarmen. Binnenkort duwt datzelfde platform de uitstoot van fabrieken terug die uitgeputte gasbel weer in.

Dan zijn er nog de vissersboten, de marineschepen die ons moeten beschermen tegen de onstuimige buitenwereld, de surfers, de zwemmers, andere recreanten en de schepen die zand winnen en ons naar de overkant brengen. En weer terug. Ondertussen is de visstand, net als de rijkdom aan natuur, door al dat gebruik onder druk komen te staan.

De Noordzee voller én leger geworden tegelijkertijd. De visser schuift zijn stoel iets terug het land op, vanwege vloed. Hij mijmert dat zijn emmer vandaag heus niet vol hoeft met tong, bot en zeebaars. Als het hoofd maar leeg raakt.