
Olaf bedacht al meer dan honderd soorten snoepjes
Rotterdam - Soms noemen ze hem Willy Wonka. En de vriendjes van zijn kinderen vinden het maar wát interessant, zo'n vader die snoepjes maakt. Sinds hij de Rotterdammertjes bedacht, bestaat het leven van Olaf Ouwerkerk (45) uit chocola, koekjes en snoep. En deze week is hij Olaf onze Rotterdammer van de Week.
Door Emile van de Velde
Hoeveel soorten snoep heb je al bedacht?
"Ik denk wel meer dan honderd. Het meest trots ben ik nog steeds op de eerste, de Rotterdammertjes. Ik was in een restaurant met mijn vriendin Anouk en bij het afrekenen kregen we Haagse hopjes. 'Waarom hebben wij in Rotterdam niet zo'n eigen snoepje', dacht ik. En toen ben ik aan de slag gegaan. Binnen een week heb ik ontslag genomen bij mijn baan. Dat is nu negen jaar geleden."
Wat wilde je vroeger worden?
"Ik ben altijd gefascineerd geweest door van die mooie grote merken. Unilever bijvoorbeeld. En dan vooral de marketingkant. Het ging ook vaak om voedsel ja, misschien is daar een zaadje geplant. Maar ik ging uiteindelijk werken bij een printbedrijf in Den Bosch. Tijdens het heen en weer rijden, wilde ik toch steeds liever in Rotterdam werken. Ik ben hier altijd blijven wonen, en zie mezelf ook niet weggaan. Uiteindelijk ben ik aan de slag gegaan bij een energiebedrijf in Rotterdam. Tot ik dat snoepje bedacht dus."
En nu noemen ze je soms de Rotterdamse Willy Wonka.
"Ik heb een eigen chocoladefabriekje. In Turkije. Niet groot hoor. Ik werkte daarmee samen en in coronatijd vroegen ze of ik het over wilde nemen. De vriendjes van mijn kinderen vinden het vaak machtig interessant, al dat snoep. Ik heb verschillende webshops die goed lopen. Het bedrijf loopt goed. Ik werk onder meer met Pameijer samen. We zijn officieel een sociale onderneming. Anouk heeft een succesvolle sieradenlijn. We kunnen er goed van leven. Wonen mooi, in het Scheepvaartkwartier."
Je bent opgegroeid in Kralingen.
"Van mijn ouders heb ik geleerd dat je altijd hard moet werken. We hadden het goed. Ik heb een hele fijne jeugd gehad. Het was een zorgeloze tijd. Veel voetballen. Mijn moeder en haar vader gingen altijd naar Feyenoord en Excelsior. Ik ook, heb een seizoenkaart in de Kuip sinds mijn twaalfde. En mijn zoon speelt in de jeugd van Excelsior.
Jullie hebben twee kinderen.
"Mijn zoon Seph is 12, dochter Bobbi is 7. Ik vind het heel fijn dat zij niet zo in een witte bubbel opgroeien als ik vroeger. Ik kwam uit Kralingen, ging naar het Montessori Lyceum. Zij gaan naar basisschool 't Landje, vlakbij het Oogziekenhuis. Daar zit een mooie afspiegeling van Rotterdam op school. Juist al die culturen, die toch allemaal hetzelfde denken, maken de stad zo mooi."
Wat spreekt je nog meer aan van Rotterdam?
"Ik hou van bruine kroegen. Café Verschoor in Delfshaven. Gieterij 't Swaentje in het Oude Noorden. Met vrienden doen we vaak kroegentochten langs van die kleine cafeetjes, al sinds onze studententijd. In december waren we op Zuid. Aan het Afrikaanderplein waren we in een kroeg waar iemand zei: 'Ik ben blij dat ze eindelijk weer open zijn.' Hij bedoelde dat hat café dicht was geweest met kerst. Dat is toch prachtig?"
En nu een Rotterdamse toffee.
"Ja, met een mooi Rotterdamse papiertje eromheen. Rotterdam had vroeger een echte snoeptraditie. Jamin komt hier vandaan. Eind 19e en begin 20e eeuw stonden er verschillende snoepfabrieken in Rotterdam. Het lijkt me mooi een echte Rotterdamse toffee te bedenken. Samen met de Rotterdamse horeca, en met Rotterdammers."
Op welke snoepjes ben je nog meer trots?
"Ik vond dat Erasmus wel wat meer aandacht mocht krijgen, dat werden de Erasmusdropjes. En heel mooi vond ik dat we die Rotterdammertjes in de vorm van de Kuip konden maken. Samen met Feyenoord, mijn club. We hebben ook Rotterdamse Droplullen bedacht. Belde er een dame: 'Ik heb snoepjes gekocht voor een vriendin van 78, blijken het piemels te zijn!' Hebben we toen meteen goed gemaakt natuurlijk, maar ze belde opnieuw. "Nu heb ik nog wel die piemels in huis, ik denk dat ik ze in stukjes knip, dan zie je niet meer wat het zijn..."