Volgens Noa is de Westersingel dé meest iconische freerunspot van het land. Foto: Noa Diorgina Man
Volgens Noa is de Westersingel dé meest iconische freerunspot van het land. Foto: Noa Diorgina Man

Noa freerunt het liefst in Rotterdam

Rotterdam - Hoogtes, water, muurtjes en spectaculaire sprongen: voor freerunster Noa Diorgina Man is Rotterdam één grote speeltuin. De 21-jarige topsporter behoort inmiddels tot de wereldtop van het freerunnen, maar traint nog regelmatig in Rotterdam. In onze Maasstad heb je namelijk meer dan genoeg toffe freerunspots.

Door Cassandra Oostrom

‘Tof’ is misschien nog zacht uitgedrukt, want volgens Noa zit in Rotterdam zelfs dé meest iconische freerunspot van het land. En waar is-ie dan? “De Westersingel”, weet Noa. “Als je als freerunner begint weet je dat je die sprong een keer gedaan moet hebben.” Vanaf de stoep spring je over het water heen en land je op het stuk gras bij de grote boom. “Mensen doen dat met de lijpste flips en combo’s.”

Zelf had Noa de sprong al op haar zestiende gemaakt. Maar een salto op die plek had ze nog nooit gedaan. Tot vorige week. “Ik wist dat ik de salto ooit nog wilde maken, maar door alle wedstrijden schoof ik het telkens vooruit. Maar vorige week dacht ik: weet je, ik doe het gewoon. Dan ben ik ervan af.” Zo gezegd, zo gedaan. Noa maakt een succesvolle salto over de Westersingel. En hoewel dit al een prestatie an sich is, blijkt ze ook nog eens de eerste vrouw ooit te zijn die dit heeft gedaan.

Noa freerunt al sinds ze kind is

Noa freerunt dan praktisch gezien ook al haar hele leven. Het begon toen ze 6 was en op surf- en dansles zat. “Ik was altijd al bezig met freerunnen zonder dat ik wist wat het was. Op het zand salto’s maken en klimmen op bankjes. Ik was daar meer mee bezig dan met de sporten waar ik op zat.” Dat veranderde toen haar surfcoach vertelde over een freerunschool. “Ik kwam die zaal binnen en wist het meteen: dit is wat ik wilde doen.”

Maar wat is het aan freerunnen dat Noa nu zo leuk vindt? "Er is niet één bepaalde stijl. Iedereen kan zijn eigen stijl ontwikkelen. Vind je salto's tof? Dan kan je steeds moeilijkere salto's gaan doen. Of houd je van springen? Dan kan je lekker veel springen. Niemand doet het precies hetzelfde.”