
Peter Houtman, de liefste man van Rotterdam
AlgemeenHij is zonder twijfel de liefste en vriendelijkste man van Rotterdam: Peter Houtman. Meer dan 25 jaar was hij de stadionspeaker van De Kuip. Onlangs deed hij dat voor de laatste keer, want bij Houtman is alzheimer geconstateerd.
Voetbal is oorlog, zei oud-trainer Rinus Michels ooit. Nou, als dat zo is, dan is Peter Houtman de vredesduif. Er is geen mens in de voetbalwereld die een hekel heeft aan de oud-speler van onder meer Feyenoord en Oranje. En dat heeft alles te maken met zijn zachte karakter. Houtman is een labrador zonder staart. Altijd vrolijk en naar iedereen belangstellend. Als we weleens voor het goede doel moesten voetballen, dan kon ik altijd op Peter rekenen. ‘Ja natuurlijk, vriend. Hoe laat wil je dat ik er ben? En zijn er ook kinderen bij? Dan neem ik wat gesigneerde fotokaarten mee...’
Het is Peter ten voeten uit. Nooit meer zal ik vergeten dat we met het Rotterdamse sterrenteam tegen een lokaal amateurteam speelden op de camping van Leersum. Het veld was een knollentuin. Maar dat deerde niet. Het was lekker weer en oergezellig. Peter kreeg de bal aangespeeld net buiten het zestienmetergebied. Houtman, gezegend met een loeiharde pegel, besloot het erop te wagen. De bal suisde naast het doel, maar vloog dwars door het raam van een nabij staande caravan. Rinkeldekinkel! De ravage was niet te overzien. Peter schrok zich kapot, bood nederig zijn excuses aan en zei dat hij het meteen zou laten repareren. Waarop de eigenaar van de caravan lachend terugriep: ‘Repareren?! Jij hebt ons Feyenoord in 1983 de dubbel bezorgd. Kampioen én de beker. Ik ga die ruit helemaal niet laten maken. Ik ga iedereen trots vertellen dat dé Peter Houtman mijn raam eruit heeft geschoten.’
Peter kon het waarderen. Hij is dol op humor. Laatst toen het trieste nieuws bekend werd dat hij aan alzheimer lijdt, kwam ik Houtman tegen in De Kuip. Ik vroeg hoe hij eronder was. ‘Ach, ik merk nu nog niks van de ziekte, Gerrit.’ Daarna proestten we het samen uit. Humor houdt Peter op de been. Hoe immens populair hij is, blijkt wel uit de opbeurende kaartjes en berichten die Het Legioen hem stuurde. ‘Peet’ kreeg er tienduizenden.
Eén anekdote wil ik u niet onthouden. Peter drinkt geen druppel alcohol. Nooit gedaan. Toen hij eens in de auto reed en aan de andere kant van de weg een alcoholcontrole zag staan, wilde hij toch eens meemaken. Hij keerde om en reed de politiefuik in. Lachend blies hij in het apparaat. Waarop de agent zei: ‘Meneer, u bent broodjenuchter. Maar u heeft uw gordel niet om. Dat wordt een stevige bekeuring...’
Lieve Peet, ik wens jou en je lieve vrouw nog heel mooie momenten toe!
Sander de Kramer brengt op deze plek een eerbetoon aan de goeddoeners in Rotterdam, mensen die de stad kleur geven, die de wereld mooier maken.