
Mustafa Cingöz: ‘Elke nacht luisterde ik naar jazzmuziek van Radio Ankara’
AlgemeenRotterdam - Dizzy is het oudste jazzpodium van Nederland en al bijna negen jaar in handen van Mustafa Cingöz (65), die de jazzmuziek al leerde kennen toen hij nog een jonge tiener was en als herder in de Taurusgebergte van Turkije schapen hoedde. Hier in Rotterdam is zijn liefde voor deze muziek tot wasdom gekomen.
Door Astrid van Unen
Om vier uur ’s middags in het verlaten Dizzy zindert het al een beetje in aanloop van een drukke avond vol live muziek. Het is een warm café, ook al is het podium nog leeg. Op de achtergrond speelt uiteraard jazzmuziek, op de voorgrond vertelt Mustafa Cingöz ontspannen over ‘zijn’ Dizzy, dat hij in 2016 kocht op aanraden van zijn vrienden Cem en Hanyo, beide bij hem in vaste dienst. Zijn Nederlands is niet perfect, maar zeker goed te volgen. Woont hij eigenlijk wel in Rotterdam? Cingöz wijst naar boven en grijnst. “Het voordeel van boven je zaak wonen is dat je snel kunt schakelen en ingrijpen als het nodig is.”
Je bent nu bijna negen jaar eigenaar van Dizzy. Hoe kijk je op deze periode terug?
“Het was in het begin niet zo gemakkelijk. Ik was sinds 2004 eigenaar van restaurant de Olijventuin, nabij de Lage Erfbrug en dat liep goed, maar Dizzy was verlieslijdend. Dat wist ik toen ik het kocht. Elke keer moest ik er vanuit de Olijventuin geld in pompen. Uiteindelijk heb ik de Olijventuin verkocht en ben ik me 100 procent gaan focussen op Dizzy.”
Hoe heb je Dizzy winstgevend gemaakt?
“We hebben nog steeds minstens drie avonden per week live jazzmuziek. Daarnaast hebben we thema-avonden: Braziliaanse, Griekse of Arubaanse muziek. Zo geven we ruimte aan etnische muziek. Daarnaast laten we de artiesten zelf de hoogte van de entree bepalen. Dat bedrag is voor hen en de programmeur. Ik geef het podium gratis weg. Zelf verdien ik aan het eten en de drank. Ik heb de menukaart aangepast met meer mediterrane gerechten en dat is succesvol gebleken. Het concept is: weinig grill, veel uit de oven en met gebruik van verse producten, bereid in kokos- en olijfolie.”
Ergens las ik dat je eigenlijk meer van klassieke- en Turkse muziek houdt dan van jazz.
“Nee, dat klopt niet. Mijn oudste broer ging al in 1968 naar Nederland. Zijn eerste cadeau aan mijn vader was een transistorradio, waar zes kleine batterijtjes in moesten, die al snel opraakten. Mijn vader was gierig en wilde van die radio af. Van mijn elfde tot mijn veertiende was ik schapenherder in het Taurusgebergte. Ik zei tegen m’n ouders: okay, dat doe ik als ik die radio mag meenemen. Elke nacht, vanaf één uur, luisterde ik naar Radio Ankara die altijd jazzmuziek uitzond. Zo ontstond mijn liefde voor muziek, ook voor klassiek en volksmuziek.”
Heb je nog bijzondere plannen voor de toekomst?
“Op de planning staan vier seizoensfestivals die we in samenwerking met een bierbrouwerij organiseren. Het is nog niet helemaal rond, maar hopelijk kunnen we dit jaar het eerste festival vieren. De brouwerij sponsort, de artiesten spelen gratis, de entree is gratis en de jamsessies duren van acht uur ’s avonds tot drie uur ’s nachts. Met betaalbaar eten, heel veel artiesten die met elkaar gaan spelen, hun vrienden en alle vaste gasten.”
En dat allemaal in jouw Rotterdam. Wat vind jij het lelijkst aan deze stad?
“Het spugen op de grond en de verslaafden die hier onrust op straat veroorzaken. Ik vind de Nieuwe Binnenweg richting Schiedamseweg lelijk. Als ik op straat die richting oploop, verdwijnt mijn vreugde. Misschien ben ik onbewust een beetje bang op straat. Loop ik op de Nieuwe Binnenweg richting centrum, dan gaat het juist goed.”
En wat vind je het mooist?
“Het Park, en dan vooral ‘s ochtends vroeg, als er weinig mensen zijn. Ik vind de horeca daar leuk, de gebouwen mooi en het park heeft echt een ziel. Als ik vrienden op bezoek heb, neem ik ze vaak daar mee naar toe. Het Zuidpark vind ik ook fijn, daar loop ik graag hard. Het is er groot en toch rustig.”