
Rien Vroegindeweij over zijn stad: ‘Het was vroeger wel heel armoedig in Rotterdam’
AlgemeenRotterdam - In de nieuwe verhalenbundel Stadgenoten van Rien Vroegindeweij (80) klinkt een grote liefde voor het Rotterdam van vroeger. Toch heeft onze Rotterdammer van de Week van deze week allerminst heimwee naar het oude Rotterdam. “Nee, helemaal niet, het was wel heel armoedig vroeger.”
Door Emile van de Velde
Wat voor stad trof je aan toen je hier begin jaren zestig kwam wonen?
“Er was vooral heel veel armoede. Ik kwam te wonen in een halve woning aan de Eendrachtstraat en verder dan de twintig meter naar mijn huis durfde ik de wijk eigenlijk niet in. Daar woonde volk waar ik erg aan moest wennen. Uiteindelijk bleken dat allemaal gewone mensen natuurlijk, ik leerde vrij snel met de Rotterdammers omgaan.”
Je was een jongen van een eiland, uit Middelharnis op Goeree-Overflakkee.
“Mijn onlangs overleden kompaan Jan Oudenaarden schreef over zijn jeugd in Rotterdam-Zuid, dat was een harde wereld, spelend op oude haventerreinen. Ik ben eigenlijk wel blij dat ik in een meer beschermde omgeving opgroeide. Maar Rotterdam was altijd wél mijn stad hoor. Twee keer per jaar gingen we er naartoe, om nieuwe kleren te kopen. Met de pont ons eiland af en dan met de tram naar Rotterdam-Zuid. Het ‘moordenaartje’ ja, al werd die tramlijn alleen in Rotterdam zo genoemd, niet bij ons. Vanaf Zuid gingen we met de volgende tram naar het centrum. Over het Stieltjesplein. Dat was toen echt een groot plein hè, met veel drukte en bedrijvigheid. Toen ik naar de kunstacademie ging, was het volstrekt logisch dat ik naar Rotterdam verhuisde. Ik dacht dat ik goed kon tekenen, in Rotterdam bleken er heel veel mensen te zijn die dat beter konden.”
Je werd dichter.
“Ik ben ook nog een tijdje doelloos geweest. Heb zelfs nog een een paar jaar in Amsterdam gewoond. Maar inderdaad, toen er uitgeverijen in mijn werk geïnteresseerd waren, bleek ik dichter te zijn. Daar was ik wél goed in, al heb ik er altijd hard voor moeten werken, ik ben erg streng voor mezelf. Zoals je weet kun je met het beroep dichter geen geld verdienen, dus ben ik er andere dingen bij blijven doen: columns schrijven, boeken, verhalen. Eigenlijk altijd over Rotterdam, zelfs mijn fictieverhalen speelden zich in deze stad af. Veel verhalen over Rotterdammers stonden in boeken die nu amper meer te vinden zijn. Daarom heb ik besloten er 50 te bundelen in Stadgenoten.”
We vinden er allerlei hele grote Rotterdammers in terug. Welke vind je zelf de allergrootste?
(Na lang nadenken): “Ik denk toch Kees van Dongen. Dat was echt een fantastische schilder. Wat mij betreft is hij de grootste Rotterdammer ooit. Veel mensen zouden Erasmus genoemd hebben, maar dat was natuurlijk helemaal geen Rotterdammer. Als ik moet kiezen uit de mensen in mijn boek, moet ik natuurlijk ook Dolf Henkes noemen. En de Franse filosoof Pierre Bayle die naar Rotterdam gevlucht was, Of de sneldichter van Delfshaven, Salomon Cohen die in zijn sigarenmagazijn gedichten maakte voor zijn klanten.”
Lees verder onder de foto.
![]()
Rien Vroegindeweij is blij met zijn verhuizing naar Crooswijk. Foto: Naomi Geeve
Je bent een paar jaar geleden naar Crooswijk verhuisd.
“Ons oude huis aan de Schietbaanlaan was aan het verzakken en eigenlijk tegelijkertijd waren we zelf ook wel toe aan een woning die meer geschikt is voor ouderen. Mijn vrouw Ineke en ik wonen mooi, in Crooswijk, in een ouderencomplex waar ook veel Crooswijkers van de oude stempel wonen. Ze keken wel een beetje met ontzag naar ons, twee mensen uit de stad. Hadden geen idee dat ik maar een arme dichter ben natuurlijk. Het is overigens wel vreselijk gesteld met het openbaar vervoer in onze buurt, oudere mensen kunnen amper de wijk uit komen! Mijn favoriete Rotterdamse plek is ook in Crooswijk, dat is mijn werkkamer. Daar kan ik me uren in terugtrekken.”
Heb je eigenlijk heimwee naar het Rotterdam van vroeger?
“Nee, helemaal niet. Ik vind dat de stad ontzettend ten goede is veranderd! Natuurlijk zie je nu ook nog twee snelheden, verschil tussen arm en rijk. Maar vroeger was het wel héél armoedig hoor. En leeg. Ik heb altijd gewoond in een stad waar gebouwd werd, vanwege de wederopbouw na het bombardement. En weet je wat er gebeurde toen er eindelijk weer een en ander volgebouwd was? Toen werd de metro aangelegd en was Rotterdam wéér een grote bouwput!”