Sander de Kramer.
Sander de Kramer.

Zingende Blikkie met z’n straatkrant was dé gastheer van de Bijenkorf

Algemeen

Rotterdam - Sander de Kramer brengt op deze plek een eerbetoon aan de goeddoeners in Rotterdam, mensen die de stad kleur geven, die de wereld mooier maken.

Het is alweer bijna zeven jaar geleden dat de beroemdste daklozenkrantverkoper van Rotterdam overleed. Johan Blikslager, bekend als De Zingende Straatkrantverkoper, sleet jarenlang z’n leeswaar op zijn vaste stek voor de Bijenkorf. Mijn makker wordt nog steeds door veel mensen gemist.

Johan Blikslager was meer dan een straatkrantverkoper. ‘Blikkie’, zoals hij liefkozend door z’n mede-daklozen werd genoemd, was een fenomeen in de stad. De vrolijke straatventer zong de hele dag door uit volle borst: ‘Wie maakt me blij? Wie maakt me blij? Koop een krantje bij mij’.

Johan was razend populair. Hij deed voor oude mensen de deur open. Tilde kinderwagens de trap af. Paste op honden waarvan het baasje even inkopen was doen. En sjouwde boodschappentassen voor zwangere dames. De Zingende Straatkrantverkoper was de beste gastheer die de Bijenkorf zich wensen kon.

Achter zijn vocale talent ging een bijzonder verhaal schuil. Als kind stotterde Johan. Hij kon geen zin uitspreken zonder over zijn tong te struikelen. Totdat Blikkie merkte dat tijdens het zingen zijn gestotter verdween. Die dag besloot Johan om voortaan zingend door het leven te gaan.

Na zijn verhuizing van Suriname naar Rotterdam kreeg Johan een tegenslag. Foute vrienden verleidden hem om drugs te proberen. Johan ging overstag, raakte verslaafd en belandde uiteindelijk berooid op straat. In die moeilijke periode was het uitgerekend de muziek die Blikkie er weer bovenop hielp. Met een stapeltje kranten onder de arm zong Johan zich elke dag los. Hij werd de meest geliefde straatkrantverkoper van Rotterdam, en zelfs van Nederland. Een trouwe klant maakte een fanpagina voor Johan aan. Mensen hadden het liedje van Blikkie massaal als ringtone op hun telefoon. Ik weet nog dat Johan mij vroeg waarom alle mensen toch zo graag met hem op de foto wilden. Hij had zelf geen telefoon, laat staan internet. Ik lachte hem toe: ‘Je bent een fenomeen, lieve Blikkie!’

Het hoogtepunt beleefde Johan toen de bedrijfsleider van de Bijenkorf op een dag op hem af stapte. Het was rond de feestdagen. De baas van het warenhuis droeg een grote doos. ‘Vanaf nu ben je officieel onze gastheer. En dus krijg jij, net als al onze medewerkers, ook een kerstpakket.’