
Tijmen (34) en zijn viool maken indruk in Amerika
AlgemeenRotterdam - Rotterdammer van de Week Tijmen Veelenturf (34) is violist en zanger. Banjospelen kan hij ook. Hij geeft vioolles (privé en via de SKVR) en treedt regelmatig op met de Blue Grass Boogiemen en Douwe Bob. In september verhuist hij naar Nashville, maar op 4 juli kun je hem nog live zien met zijn band The New West, op het Rotterdam Bluegrass Festival.
Door Britte Kramer
Waar woon je?
“In de Vierambachtsstraat. Ik heb het er altijd heel erg naar m’n zin gehad, maar de wijk verandert snel. Aan de overkant zit bijvoorbeeld een nieuwe zaak en die gozer wilde écht iets voor de buurt doen. Ik denk: leuk, die gaat Marokkaanse thee schenken, maar er zitten alleen mensen met grote bellen witte wijn. Laatst liep ik langs een Kaapverdische kapper, met mijn viool op m’n rug. Ze trokken me naar binnen en we hebben anderhalf uur zitten jammen. Dát vind ik geweldig.”
Hier geboren en getogen?
“Ik kom uit Zoeterwoude. Toen ik 9 was verhuisden we naar het Groene Hart, naar een oude boerderij met een natuurcamping. Deze zomer organiseer ik daar een Bluegrass Zomerkamp: een weekend met workshops van bluegrassdocenten zoals Bertolf, en jamsessies rond het kampvuur.”
Speel je al lang viool?
“Sinds m’n zesde. Meestal zeggen ouders ‘je mag op een sport’, maar ik mocht een instrument kiezen. Ik had ooit een jongen viool zien spelen en vond dat zo mooi - dát wilde ik. In mijn puberteit ben ik heel even gestopt en daarna kwam ik in een Iers bandje terecht. Via hen leerde ik de Blue Grass Boogiemen kennen en zo is mijn liefde voor bluegrass geboren.”
Hoe belandde je in Rotterdam?
“Dat was in 2010, toen ik aan het conservatorium ging studeren. Ik deed de vooropleiding Klassiek, maar een docente vond me meer een ‘tangogast’, omdat ik zo’n vrije vogel was. Ik ben toen bij zo’n orkest gaan kijken en dat vond ik zó gers. Die muziek zat meteen in mijn hart. Tijdens de pandemie bracht ik een tangoalbum uit met Fréderique Spigt en hebben we samen een tangotour gedaan. Dat wilde ik al lang, en door de pandemie had ze ineens twintig data openstaan. ‘Jij wilde toch tango met mij spelen?’, vroeg ze. ‘Dit is je kans. Succes ermee, ga het maar regelen.’
Hoe kwam je dan toch weer terug bij bluegrass?
“In die periode deed ik ook wat country- en bluegrassachtige dingen met Ocobar en met Maurice van Hoek. Door Maurice ging ik écht naar bluegrass luisteren en toen was dat vuurtje weer helemaal aan. Inmiddels zit ik in een bluegrassband met vrienden van het conservatorium: The New West.”
4 juli spelen jullie op Rotterdam Bluegrass Festival.
“Ja, als Rotterdammer val ik met m’n neus in de boter. Ik ga er op de fiets naartoe en dan zijn daar ineens allemaal fokking goeie bluegrassmuzikanten. Het grappige is dat veel Rotterdammers het genre niet eens kennen en het toch het leukste festival van het jaar vinden. In Amerika zitten die festivals onder de spinnenwebben, maar hier staat iedereen helemaal te springen. Waarschijnlijk omdat RBF breder kijkt dan pure bluegrass, met genres als punkgrass en psychobilly.”
Waar kom je graag?
“De Riddert is m’n stamkroeg. Als ik op maandag niet vroeg lesgeef, doe ik op zondag mee met de open mic. En ik heb er vaak opgetreden. Net als in Faas, waar ik ook graag kom.”
En nu verhuis je naar Nashville?
“Ja! In januari 2024 was ik er voor het eerst, tijdens een bluegrassfestival waarbij muzikanten, overal vandaan, met z’n allen in een hotel zitten. Iedereen heeft de deuren open, overal wordt gejamd. Elke avond stond ik met tranen in m’n ogen. Het trok me meteen, en een vriend zei: ‘Je moet gewoon zo’n fiddlecompetitie winnen, dat kan helpen met een visum.’ In augustus won ik onverwacht de oudste van Amerika: de Mountain City Fiddlers Convention. Stond ik daar op het lokale nieuws met m’n taas!”
Wat neem je mee van hier?
“Rotterdam heeft me veel gegeven op muziekgebied. In Nashville heb je fokking goeie country- en bluegrassmuzikanten, maar ergens voel ik ook dat ze niet echt andere muziek hebben gehoord. Ik ben blij dat ik dat wél gehoord heb. Op de afdeling Wereldmuziek had ik lui om me heen van elk pluimage en uit ieder land. Dat heeft me zo verrijkt. Het multiculturele van deze stad heeft mij een heel open oor gegeven.”