De Rotterdamse huis- en straatarts Michelle van Tongerloo: 'Laagdrempelig voor lange tijd betrokken zijn bij mensen, dat is voor mij de kern.' Foto: Frank Ruiter
De Rotterdamse huis- en straatarts Michelle van Tongerloo: 'Laagdrempelig voor lange tijd betrokken zijn bij mensen, dat is voor mij de kern.' Foto: Frank Ruiter
Rotterdammer van de Week

Straatarts Michelle van Tongerloo strijdt voor een toegankelijkere zorg in Rotterdam

Algemeen

Rotterdam - ‘Komt een land bij de dokter’ verscheen in december vorig jaar. Het is de titel van het boek dat de Rotterdamse huis- en straatarts Michelle van Tongerloo (41) schreef over haar ervaringen met het zorgsysteem. Haar nog jonge stichting Lekker Geven biedt vaak uitkomst voor de kwetsbare medemensen en ze werkt nu aan een alternatief zorgloket. Michelle is dan ook een uitstekende Rotterdammer van de Week.

Door Astrid van Unen

Ze is altijd druk, maar vaak in staat de tijd te nemen voor een praatje. Vooral met haar patiënten heeft ze veel geduld. Luisteren naar de verhalen van Michelle van Tongerloo is altijd boeiend. Of het nu over een dakloze moeder van twee kinderen gaat, waarbij meer dan honderd hulpverleners betrokken zijn, of over Giuseppe, die ze in haar boek opvoert en die ze voor de dood wist te behoeden.

Huis- en straatarts, maar ook fotograaf, schrijver en oprichter van stichting Lekker Geven. Wat staat bij jou op nummer 1?

“Huis- en straatarts. Laagdrempelig voor lange tijd betrokken zijn bij mensen, dat is voor mij de kern. De verschillen tussen het werk als straatarts in de Pauluskerk en mijn praktijk in IJsselmonde worden steeds kleiner. Alles wat ik doe naast mijn werk als huisarts is ontstaan vanuit die praktijk. Ik heb de maatschappij zien veranderen en daarop ben ik gaan acteren. Dus gaan schrijven, zelf zorg gaan organiseren en hulp, door stichting Lekker Geven op te richten. Het werk als huisarts is mijn basis, en ik vind het hartstikke mooi.”

Je bent bezig een alternatief loket voor zorg op te richten in Rotterdam. Hoe gaat dat?

“We hebben de website Gemeentehuisje.nl, maar het moet nog meer vorm krijgen. Twee actieve vrijwilligers van stichting Lekker Geven brengen nu eerst alle informele sociale initiatieven in kaart. Doel is dat je, als je hulp nodig hebt, via de website doorgeleid wordt naar de juiste plek, op een zo vriendelijk mogelijke manier. Zonder strikte inclusie en exclusie criteria. Ook de formele zorg willen we in kaart brengen en beide databases aan elkaar koppelen, zodat de burger meer inzicht heeft en keuzevrijheid.”

Je stichting Lekker Geven, die mensen uit de regio Rotterdam-Rijnmond helpt, bestaat nu zo’n 1,5 jaar. En floreert.

“We zijn in korte tijd enorm gegroeid. Vorig jaar hadden we al meer dan een miljoen euro aan particuliere donaties te besteden. We krijgen steeds meer hulpverzoeken van zorgprofessionals, maatschappelijk werkers, gemeenteambtenaren, meer dan honderd per maand. En we betalen mee aan allerlei projecten. Het voorziet in een behoefte en we zijn nu een toolkit aan het ontwikkelen zodat zoiets ook in andere steden kan worden opgericht.”

Je woont inmiddels ruim vijftien jaar in Rotterdam. Hoe dat zo?

“Ik studeerde naast geneeskunde ook fotografie aan de kunstacademie in Breda. Een docent wees me de boeiende kant van Rotterdam. Ik deed straatfotografie en was al snel verknocht aan Rotterdam-Zuid. Dat hele multiculturele, dat vind ik fantastisch.”

Wat vind je de lelijkste kant van Rotterdam?

“Het beleid voor Rotterdammers met een kleine portemonnee. De harde repressiviteit in de bijstand, de afbreuk van sociale woningen… Dat vind ik geen stijl van een havenstad die altijd heeft gedraaid op arbeiders. Ik zie de stad steeds mooier worden, gepolijster, en dat doet een beetje pijn, want dit gaat ten koste van sociale huurwoningen. Mensen worden vervolgens gedwongen naar krimpregio’s te verhuizen. Dat is een slechte ontwikkeling.”

En wat vind je het mooist?

“De Rotterdammers zelf, die altijd vriendelijk en open reageren. De mensen op straat zijn altijd in voor een praatje, en dat past ook heel erg bij mij. Mensen helpen elkaar, bouwen samen dingen op. Rotterdammers verdienen een socialer gemeentebestuur in het stadhuis.”