Nooit, nee nooit, zie je Celien Anches zonder kinderen. Glamma noemt ze zichzelf, de oma van alle kinderen. 'Ze zijn me allemaal even lief!'
Nooit, nee nooit, zie je Celien Anches zonder kinderen. Glamma noemt ze zichzelf, de oma van alle kinderen. 'Ze zijn me allemaal even lief!' (Foto: )
ROTTERDAMMER VAN DE WEEK

Celien is de Glamma van iedereen! 'Rotterdam was een sprookje voor me'

Rotterdam - Celien Anches was nog nooit Rotterdammer van de Week geweest, kun je dat geloven? Iemand met zó'n groot hart! Dat zetten we deze week recht. Mede namens alle kinderen, namens iedereen met verslavingsproblematiek, en namens alle mensen die met een lege maag aanklopten. Eindelijk: 'Glamma' is Rotterdammer van de Week!

door Emile van de Velde

Het leven van Celien Anches is overzichtelijk. Ze zorgt voor mensen. Voor alle mensen. Op haar werk voor verslaafden. Daarnaast voor kinderen. En niet alleen voor die acht ('Ik heb een geheimpje, het zijn er bijna negen!') kleinkinderen van zichzelf. "Alle kinderen zijn me even lief."

En dus gebeurt het regelmatig dat het huis aan de Vierambachtstraat vol staat met spullen. Dan is Celien weer een inzamelingsactie begonnen. Voor mensen die zelf niet alles kunnen betalen. Schooltassen bijvoorbeeld, of jassen. En nu staan er weer overal dozen. Haar vriend blíjft zoeken naar een plek om te zitten...

Als die vriend eindelijk ook wat aandacht heeft gehad, en de kinderen haar even niet nodig hebben, staat Celien alweer te koken. Voor wie er maar aanklopt. "Mensen die dakloos zijn, of geen geld hebben. Iedereen kan bij me langskomen. Ik geef het eten door mijn keukenraampje."

 Kun je zo goed koken?

"Volgens mijn cliënten wel. Altijd als ik iemand op straat tegenkom waar ik mee gewerkt heb, beginnen ze over eten. Mensen met een verslaving zorgen niet altijd goed voor zichzelf. Vorige week zag ik dat een jongen aan het vermageren was. 'Wat vind je lekker', vroeg ik. 'Lasagna.' Dus dat heb ik gemaakt. Bij de mensen met wie ik werk, weet je vaak wel dat het niet meer goedkomt. Maar dat betekent niet dat we ze geen goed leven kunnen geven. En gezond eten."

Celien (55) werd geboren in Suriname, woonde daar in een klein dorpje. Na de staatsgreep in 1980 vond haar vader dat zijn vijftienjarige dochter maar beter ergens anders heen kon gaan. Ze vertrok naar Rotterdam, ging in de Eendrachtstraat bij haar zus wonen.

Wat was het eerste dat je zag van Rotterdam?

"Het Centraal Station, waar mijn zus me van de bus haalde. Alles was zo groot! En zo mooi! Ik kon niet geloven dat het echt was. Rotterdam leek toen net een sprookje voor me."

Het wennen ging lastig. Ze verdwaalde ('Ik wist niet dat lijn 5 twee kanten op ging, ik moest huilend de weg naar huis vragen'). En ze had het koud. Toen het gesneeuwd had, geloofde ze niet wat ze zag. "Ik dacht 'wat is dit voor een raar land, er valt ijs uit de lucht!' Ik vertikte het om naar buiten te gaan. Nou ja, uiteindelijk moest ik natuurlijk wel naar school. Thuis zat ik zó dicht bij de kachel dat ik mezelf brandde. Ik heb het wondje nog steeds."

Na twee jaar miste Celien haar vrienden zó erg dat ze terug ging naar Suriname.

"Maar daar was iedereen weg! Dus een jaar later ben ik weer naar Rotterdam gegaan. Nu voorgoed. En nu moest ik ook gaan werken. In de zorg natuurlijk, als verpleegster. Later ben ik overgestapt naar verslavingszorg. Ik heb de tijd van Perron Nul nog meegemaakt, en de Keileweg. Ik was nog jong, maar ze luisterden wel hoor, ik ben altijd streng maar rechtvaardig geweest."

En alle andere soorten zorg dus?

"Ja, ook in m'n privéleven. Ik wil nu stay safe-pakketten maken voor de kinderen, dat ze straks in de zomer leuke dingen te doen hebben. Niemand kan natuurlijk weg, vanwege het coronavirus. In de dozen komen potloden, spelletjes, knikkers, dat soort dingen. Doneren kan via connectingwithglamma@gmail.com."

Heb je eigenlijk nog wel tijd om van Rotterdam te genieten?

"Als ik 's ochtends naar mijn werk fiets, over de Beukelsdijk, het Weena, langs het station, zie ik de zon opkomen bij de fontein. Dát moment vind ik het allermooiste aan de stad! Dan stop ik ook even. Ik stap vaker af. Om te kijken wat er nou ineens weer voor nieuw gebouw staat. Het gaat zo snel hier, Rotterdam blijft maar veranderen!"

En jij? Welke kant wil jij op?

"Ik wil van Glamma een stichting maken. Met een eigen pandje, dat is mijn allergrootste wens. Er is vast ergens wel een lieve Rotterdammer die me daarmee kan helpen. Glamma moet bekender worden. Zodat ik nóg meer kan zorgen voor de mensen die dat het hardst nodig hebben. Die mogen we niet uit het oog verliezen."

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden