Ook voor Herman Hell zijn het moeilijke tijden. Maar het wordt beter, daar is hij van overtuigd. Voor de hele stad. 'Rotterdam is er na tegenslag altijd weer bovenop gekomen.'
Ook voor Herman Hell zijn het moeilijke tijden. Maar het wordt beter, daar is hij van overtuigd. Voor de hele stad. 'Rotterdam is er na tegenslag altijd weer bovenop gekomen.' (Foto: )

Rotterdammer van de Week Herman Hell: '2021 moet het échte 2020 worden'

Rotterdam - Ja, er zijn grote zorgen in de wereld waarin Herman Hell (44) al vanaf zijn achttiende rondloopt. Iedereen in de horeca (en daarbuiten) heeft het moeilijk. Dus was het logisch dat het interview daarover ging. Maar we willen ook optimistisch blijven. Herman zelf ook. Als het over onze stad gaat, breekt bij hem gewoon de zon weer door. En óók als het over de toekomst gaat: "Ik ga er vanuit dat het weer net zo gaat bruisen als het deed voor de coronacrisis." Herman Hell is onze Rotterdammer van de Week.

door Emile van de Velde

Het ging eigenlijk vanzelf, vertelt Herman Hell over de groei van zijn bedrijf. Organisch. Omdat je groter moet worden als je meer kwaliteit wil, professioneler wil werken, als je je ideeën kwijt wil. En dus groeide hij van ijsverkoper bij Capri en medewerker van Tejas op het Noordereiland uit tot eigenaar van Hell's Kitchen. In Rotterdam vallen daar NRC, Van Zanten, Sijf, Sugo en het Zalmhuis onder. "Mijn grootste doel is met elke zaak in de omgeving te passen. Dat mensen er blij mee zijn en dat zo'n kroeg hetzelfde karakter heeft als de straat waar 'ie zit. We willen local heroes zijn. Dat klinkt heel simpel, maar simpel is vaak juist heel moeilijk."

Zijn eerste kroeg was De Hofnar in de Jonker Fransstraat, die is er niet meer (wel in Vlaardingen en Scheveningen). Met de andere horecagelegenheden probeert Herman nu komende maanden te overleven. Van de ruim 300 werknemers is niemand gedwongen op straat komen te staan, en vanaf 1 juni hoopt hij de eerste euro's sinds lange tijd weer te kunnen verdienen. Al zal elke euro voorlopig een druppel op een gloeiende plaat zijn.

Hoe gaat het?

"Nou, het is echt overléven inderdaad. Ik verwacht niet dat we dit jaar onze verliezen nog goed kunnen maken, het is nu een kwestie van volhouden. We hopen vanaf 1 juni wat meer ruimte te krijgen voor de terrassen. Een stuk Binnenrotte erbij voor Van Zanten, wat extra stoep op de Westblaak voor Sugo, ruimte voor Sijf op de Oude Binnenweg na sluitingstijd van de detailhandel. En we hebben een plan ingediend voor het autovrij maken van de Witte de Withstraat, zodat voetgangers op de rijweg kunnen lopen en horeca extra ruimte op de stoep krijgt. Elke extra stoel is er eentje op dit moment."

Je had je 2020 vast anders voorgesteld?

"Nou! Het zou een prachtig jaar worden. Er kwamen mooie evenementen aan voor Rotterdam. Ik had zelf ook allerlei plannen. We zouden voor het eerst met foodtrucks de festivals langsgaan. En het Zalmhuis ging open. Als je daar nu binnenloopt joh, alles is nieuw, ruikt nog nieuw, er staat een prachtige keukenploeg. Maar ja... Ik had echt heel veel zin in 2020. Nu hoop ik dat het snel voorbij is, dat alles weer normaal wordt. En dat we dit jaar in 2021 in kunnen gaan halen, Volgend jaar moet het échte 2020 worden."

Hoe is het als horecaman zonder horeca?

"Ik ben er zó mee vergroeid. Ik heb nooit iets anders gedaan! Het voelt ook niet als werken, het is een hobby. Horeca is een eerste levensbehoefte. Voor mij, maar voor heel veel mensen, voor sociaal contact. Je kunt mensen niet te lang opsluiten. Al van oudsher, met herbergen, is het voor mensen belangrijk geweest om samen te komen. En het is ónze taak om te zorgen dat dat veilig kan. En in een goede sfeer. Dát laatste wordt met die anderhalve meter nog een uitdaging, daar zitten we nu op te broeden."

Gelukkig gaat Herman uitdagingen niet uit de weg. Daar is hij, geboren in het Havenziekenhuis en getogen op het schippersinternaat aan de Westersingel, Rotterdammer genoeg voor.

"Rotterdam is er wel vaker bovenop gekomen na tegenslag, dat gaat nu ook gebeuren. Al zal het wel even duren voordat alle toeristen en expats weer terug zijn. Maar de bruisende smeltkroes die Rotterdam is geworden, met allerlei soorten mensen, van alle leeftijden en jong en oud door elkaar, zijn we nog steeds. Dat hele second city-syndroom van vroeger zijn we kwijt. Voor altijd."

Op naar de toekomst!

"Ja. Ik hoop natuurlijk dat Feyenoord structureel aan de top gaat meedraaien. Dat de aanpak van rotte kiezen in de stad geen vertraging oploopt door deze crisis. En ik verheug me op een bruisende binnenstad. Op de fiets naar het centrum, richting de Witte de Withstraat. Dat je dan van een afstandje al het gezoem en gefluister van al die mensen hoort... steeds dichterbij... steeds harder."

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden