'De Maastunnel? Die ligt onder water!'
'De Maastunnel? Die ligt onder water!'

In de maling genomen: 'De Maastunnel? Die ligt onder water!'

Rotterdam - Dit grappige verhaal kregen we een tijdje geleden van Aad van der Struijs. Over die keer in de jaren vijftig dat hij flink in de maling genomen wed. Als jonge journalist fietste Aad een gigantisch stuk om richting Zuid omdat zijn vader had gezegd dat de Maastunnel onder water lag...

'Een avond ergens in 1953. Gedurende de gehele dag had het zeer zwaar geregend, een Aziatische moesson was er niets bij. Ik woonde destijds in Delfshaven en moest 's avonds, als jongste redactielid van het Dagblad Trouw, naar een café aan de Doklaan, waar een soort wijkteam zich zou presenteren.

Juist voor ik, op de fiets, van huis zou vertrekken, kwam mijn vader thuis. Hij vroeg mij, waar ik in dit weer naar toe ging: mijn antwoord was duidelijk, de Doklaan op Zuid.

Hij keek mij aan en vroeg of ik wel gehoord had, dat door de hevige regenval de Maastunnel onder water lag. Ik bedankte hem voor de tip, maakte mijn broekspijpklemmen extra goed vast en ging op pad. Bij de Parksluizen liet ik 'de Tunnel' rechts liggen en ging via Westzeedijk, Vasteland en Boompjes, over de Willemsbrug.

Noordereiland, Stieltjesstraat, Parallelweg en Maashaven werden genomen; toen ik bij de Graansilo de Brielselaan op fietste was ik er bijna!

Toen ik zo'n 20-30 minuten te laat daar arriveerde, gaf ik uiteraard als excuus de mededeling van mijn vader en daarmee de noodzaak voor mij, om helemaal om te rijden.

Van de cafébaas kreeg ik een warme kop koffie en bij het neerzetten van het kopje, vroeg hij: "Als je een echte Rotterdammer bent, weet jij toch wel, waar de Tunnel ligt?". Ik wees naar buiten en zei: "Natuurlijk …dáár!" Ja, zei de kroegbaas: 'Maar kan je buiten het ventilatiegebouw en het gebouwtje voor fietsers en voetgangers nog meer zien".

Mijn antwoord was kort, krachtig én bij het uitspreken zeer pijnlijk voor mij: "Nee, natuurlijk niet. De rest ligt onder water!"

En mijn vader had dát alleen maar gezegd, maar ik had 1 februari 1953 Watersnoodrampen in gedachten gehad.'

Aad van der Struijs

Meer berichten