In 'die andere stad' is er altijd 's nachts iets te doen, zeven dagen per week. Maar hier helaas niet: "Als je een wereldstad wilt zijn moet je ook doordeweeks wat doen, vind ik." (Foto: Wouter Vocke)
In 'die andere stad' is er altijd 's nachts iets te doen, zeven dagen per week. Maar hier helaas niet: "Als je een wereldstad wilt zijn moet je ook doordeweeks wat doen, vind ik." (Foto: Wouter Vocke) (Foto: )

'Ik heb altijd in de haven willen werken'

Rotterdam -  Scherp, recht voor zijn raap, af en toe grof maar vooral erg Rotterdams: dat zijn de korte gedichtjes en spreuken van Roy Romeijn (43), de dichtende havenarbeider. Onder zijn pseudoniem Moses Roffa post hij zijn korte teksten op Instagram. Nog niet eens zo lang: "Ik begon in 2014 of 2015 dingen van me af te schrijven." En die naam? "Toen ik echt gedichten ging schrijven had ik een naam nodig. Door mijn lange baard werd ik door een kapper Moses genoemd. Roffa is natuurlijk straattaal voor Rotterdam, en inmiddels hartstikke ingeburgerd. Maar het staat ook voor ruig, dat komt weer van rough. En 'Moses Roffa' rolt gewoon lekker." Roy aka Moses Roffa is onze Rotterdammer van de Week!

Door Wouter Vocke (wouter@indebuurt.nl)

Hoe Rotterdams ben je?
"Ik ben opgegroeid in Poortugaal. Dat is trouwens wél 010, maar officieel hoort het er niet bij! Uiteraard voel ik me wel echt een Rotterdammer. Eind jaren '90 ben ik van Poortugaal naar Rotterdam-Zuid verhuisd, naar Charlois. Daar heb ik een aantal jaar in de Carnissebuurt gewoond. Daarvoor zat ik ook in Rotterdam op school, hier heb ik de Havenvakschool gedaan (het Scheepvaart en Transport College), en vanaf dat moment heb ik eigenlijk altijd in Rotterdam gewoond. Heb een half jaar in Lombardijen gewoond en acht jaar in de Wielewaal, totdat het te klein werd met twee kinderen. Nu wonen we in Hoogvliet. Maar goed, dat is ook Rotterdam."

Je kan het ook wel horen!
"Ja, ik ken er weinig aan doen! Het is ook geen opgezet stemmetje of zo."

Hoe lang werk je in de haven?
"Sinds 2007 werk ik bij de ECT. Daarvoor heb ik andere dingen gedaan in de industrie, die ook bij de haven horen. Maar ik ben dus echt havenwerker sinds 2007."

Wat doe je precies?
"Ik zit 'op de kraan', die grote boten te lossen en te laden. De ene keer zit je op een binnenvaartscheepje en de andere keer op een van de grootste schepen ter wereld. Supertof. Mooi uitzicht ook."

Mooi beroep dus, in de haven?
"Ik heb altijd in de haven willen werken, van kleins af aan. Mijn vader was een zeeman, het is er met de paplepel ingegoten. Voor mij was het echt een droombaan, ik wilde niets liever. Ik móest naar de haven. In 2007 had ik de knoop doorgehakt en ben ik eindelijk de haven ingerold. En het is heerlijk, je bent zo vrij als een vogel. Je zit daar op die kraan, hebt met niemand iets te maken. Je weet wat je moet doen met je team - je moet gewoon laden en lossen."

Maar ook zwaar, of niet?
"Het is echt een 24-uursbedrijf. Ik werk twee dagen, twee avonden en twee nachten - en ben daarna vier dagen vrij. De eerste twee dagen zijn vooral uitslaap-dagen, na die nachtdiensten. Vroeger was het zwaarder, nu werken ze voorwaarts roterend zoals dat heet: dag, avond, nacht."

Kom je ook graag in de stad?
"Ik kwam altijd bij Toko Trash bij de Hofbogen. Maar ja, die is nu helaas weg. Ze zijn gelukkig wel bezig met een nieuwe locatie op de Hoogstraat. Verder kom ik graag op de Nieuwe Binnenweg en de Witte de Withstraat: bij twee van de weinige plekken die altijd 's nachts open zijn, De Witte Aap en De Zondebok en 't Zwarte Schaap. Als je een wereldstad wilt zijn moet je ook doordeweeks wat doen, vind ik. Ik ben weinig in het weekend vrij, dus moet het van doordeweeks hebben. Op de Meent kom ik trouwens niet meer, dat is zo'n yuppenplek geworden."

En een favoriet plekkie?
"Aan het einde van de Sluisjesdijk staan een paar bankjes. Dan heb je rechts de Nieuwe Maas en de stad, links de Waalhaven. Daar zie je Rotterdam op zijn rauwst: de havens, de boten, je ruikt de kruiden uit die loodsen daar... Alsof je terug in de tijd bent. Als ik mijn hoofd leeg wil maken, chillen of uitwaaien, dan zit ik daar. Of aan de overkant, op het Schiehoofd. Daar komt geen kip, er komen alleen maar bootjes voorbij."

Meer berichten