Henk Smit woonde vroeger als kleine jongen aan de Koninginneweg in IJsselmonde. Nu woont hij in Koudekerke. Foto: privé
Henk Smit woonde vroeger als kleine jongen aan de Koninginneweg in IJsselmonde. Nu woont hij in Koudekerke. Foto: privé

Op een kinderfietsje vanuit IJsselmonde door de Maastunnel

Algemeen 733 keer gelezen

Rotterdam - De nu 79-jarige Henk Smit woonde vroeger aan de Koninginneweg in IJsselmonde. Zijn prachtige verhaal over zijn avontuur met een kinderfietsje in de Maastunnel deelt De Havenloods dit weekend graag met haar lezers.

‘Met vriendjes maakten we in de jaren rond 1950 regelmatig plannen om op woensdagmiddag of in de vakantie vanuit ons dorp IJsselmonde de omgeving wat verder te verkennen. Zo waren we een keer naar de Beijerlandselaan gefietst om de winkels te bekijken, naar het Afrikaanderplein om postzegels te ruilen of te (ver)kopen, of richting Barendrecht tot café SPORT te fietsen. In de kerstvakantie stond meestal op het programma om een roeibootje ‘tijdelijk’ te lenen en rond het eiland Brienenoord te varen.

Op een woensdagmiddag fietsten we naar de Maastunnel. Ik was 7, 8 jaar, de anderen iets ouder. Met doortrapper zonder remmen en klompen aan volgden we de bordjes. Het plan was door de tunnel te fietsen en te kijken wat er aan de andere kant van de Maas te zien was. Een goed en spannend plan. Alleen heb ik de overkant niet gehaald en hoorde later wat de vriendjes hadden gezien en meegemaakt.
Mijn vader had na de oorlog van een oude damesfiets een kinderfiets gemaakt. Twee broers en een zus hebben op het fietsje leren fietsen. Mijn vader wist echter niet dat de maat van de kinderfiets niet geschikt was om de tunneltrap fatsoenlijk te nemen.

Die bewuste middag keken we eerst buiten en bovenaan naar het grote gebouw en alle fietsers die in en uit gingen. Binnen maakte de roltrap een enorme indruk! We probeerden de kunst af te kijken hoe mensen hun fiets neerzetten en vast hielden. Het leek wel of je naast je fiets staande achterover leunde. En wat een diepte! Voorzichtig plaatsten we onze fietsen op de trap en we hadden gezien dat je dan je stuur moest omdraaien, zodat hij niet verder rolde. Het was een vredig en keurig gezicht, want alle mensen en vriendjes beheersten deze vaardigheid. Dus een fluitje voor een cent! 

Ook voor mij, de jongste, leek er niets aan de hand. Maar tot mijn stomme verbazing, schaamte, diepe ellende was mijn fiets te kort en kon het stuur niet omgedraaid worden. De fiets schoot door. Ik hield hem niet, ook doordat mijn klompen te glad waren. Voor ik wist lag ik met fietsje en al een paar meter verder. En … werd de roltrap stilgelegd. Met schaafwonden en veel mensen er omheen stond ik daar als knulletje uit een dorpje, wat in 1941 geannexeerd was door Rotterdam.

Het plan om door de Maastunnel te fietsen ging voor mij niet door. Niet door de schaafwonden. Maar we zagen een fietstunnel waar fietsers grote snelheid kregen. En de leider van de vriendjes was zo verstandig om te zeggen dat ik niet mee mocht, omdat ik te klein was en ik het fietsje niet kon houden omdat het een doortrapper was en bovendien geen remmen . Maar als troost zouden ze bij terugkeer vertellen over alles wat ze gezien hadden!’


De Maastunnel anno 2022. Foto: Gemeente Rotterdam

Uit de krant