Foto: Els Neijts

Slager Freek Schell VIII is Rotterdammer van de Week!

Rotterdam - Freek Schell VIII runt de zelfs landelijk bekende, multiculturele slagerij aan de West-Kruiskade. Gaandeweg de geschiedenis kwam er door de liefde ook buitenlands bloed in de aderen van de slagers-dynastie terecht. Mogelijk heeft ook dat bijgedragen aan de ruimdenkende aanpak van het familiebedrijf. In de 60-er jaren werd al rekening gehouden met de wensen van Turkse en Marokkaanse stadgenoten, later kwamen daar Joegoslaven, Surinamers en Antillianen bij. Anno 2018 biedt Schell alle onderdelen van elk dier in keurig van elkaar gescheiden vitrines. "We gebruiken álles. Dat hebben we altijd al gedaan!"

Door Els Neijts

Hoe Rotterdams ben je?

"Minstens acht generaties. Met van mijn moeder ook Italiaans en Joods bloed. Ik ben de achtste Freek Schell, mijn zoon de negende. Mijn jeugd speelde zich vooral af rondom de West-Kruiskade. Mijn opa had zíjn zaak eerst op het hoekje van de Zwarte Paardenstraat die vroeger doorliep tot de Oude Binnenweg. Die brandde in 1940 af, maar gelukkig had opa al een optie op de West-Kruiskade 65. Daar verkochten we behalve vlees ook broodjes en tapas. Eigenlijk was dat de eerste tapasbar van Nederland. We leverden ook vlees aan het Spaanse winkeltje om de hoek, Tienda Galicia."

Was het druk in huize Schell?

''We waren een beetje 'n chaosgezin met vijf jongens een één meisje. Dat was heel vaak leuk, soms vervelend. We hebben allemaal in het bedrijf gewerkt, ook mijn moeder en mijn vrouw. Die hebben mijn vader en ik allebei in de winkel leren kennen. Mijn vrouw werkt nog steeds in de zaak. Op kantoor hoor en parttime. Anders gaat alles alleen nog maar over dat vlees. Mijn zus heeft restaurant Thuis bij Schell aan de Oude Binnenweg, waar je ook kunt blijven slapen. Eén van de kamers heet Freek! Ze serveert bourgondisch eten zoals we dat thuis graag hadden. Op de kaart staat bijvoorbeeld Bouillabaisse naar recept van Pa en een entrecote uit de slagerij met in roomboter gebakken aardappeltjes. Maar ook modernere gerechten. Daar eet ik natuurlijk heel graag. De anderen zijn iets anders gaan doen, maar met Kerstmis helpen ze nog allemaal mee."

En altijd al multicultureel?
"Oja! Toen in de 60-er jaren de eerste Turken en Marokkanen kwamen gingen we lam en geit verkopen en namen een Marokkaanse slager in dienst. Dat was voor die tijd vooruitstrevend, maar mijn vader en moeder omarmden dat. Als Joods-Italiaanse was mijn moeder sowieso multicultureel opgevoed. Begin jaren '70 kwamen de Joegoslaven. Daar maakte mijn vader worst voor met knoflook en paprika en hij leverde vlees aan de vele Balkan-restaurants die je toen had. Hij importeerde ook levensmiddelen uit het buitenland. Eens per week vertrok hij zelf die kant op met een grote vrachtwagen. Dat vond hij leuk, maar hij zag er natuurlijk ook handel in. Ik mocht wel eens mee, naar steden als Dubrovnik, Belgrado en Skopje. Tegenwoordig bedienen we nog veel meer doelgroepen zoals Surinamers, Antillianen, Indiërs en Indo(nesiër)'s met allemaal eigen eet-gewoonten en -voorschriften. Ons vlees ligt daarom op dier gesorteerd, in gescheiden vitrines. We zijn niet strak halal maar komen er dichtbij. Bij biologisch ook. Onnodig dierenleed is nergens voor nodig. Eet voor twee euro meer gewoon goed vlees. Dat dit bij ons zo betaalbaar is komt omdat we alles zelf doen en we álle onderdelen van een dier gebruiken. Van kop tot staart. Dat hebben we altijd al gedaan!"

Is Rotterdam nog steeds oké?

"Een West-Kruiskade vind je nergens anders in het land, dus ík zou nergens anders willen zitten. Of het zou Nice moeten zijn. Al erger ik me wel dood aan de aanpak van de Maastunnel. Twéé jaar chaos! Aan de andere kant hebben we wel meer speling gekregen in regeltjes. Er mogen stoeltjes voor de deur en af en toe feestjes. Deze week is het weer Chinees Nieuwjaar! Altijd weer bijzonder!"

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden