Annemieke van Wegen-Delhaas werkt vooral vanuit haar hart, waarin Rotterdam na dertig jaar wonen en werken een grote plek heeft. (Foto: Mark Kuijpers)
Annemieke van Wegen-Delhaas werkt vooral vanuit haar hart, waarin Rotterdam na dertig jaar wonen en werken een grote plek heeft. (Foto: Mark Kuijpers)
Rotterdammer van de Week

Annemieke vertelt met haar hele hart het verhaal van Rotterdam

Algemeen 14 keer gelezen

Rotterdam - De stad Rotterdam promoten: dat is waar Annemieke van Wegen-Delhaas dagelijks mee bezig is. Als citymarketeer voor de gemeente werkt ze vooral vanuit haar hart, waarin Rotterdam na dertig jaar wonen en werken een grote plek heeft. Annemieke is onze Rotterdammer van de Week.

door Anne Klapmuts

Als je op een verjaardag bent en je werk moet omschrijven, hoe doe je dat dan?

“Mijn kinderen zeggen het zo: ‘Mama vertelt tegen mensen hoe leuk het in Rotterdam is, zodat iedereen hier wil wonen. Voor de burgemeester.’ Dat is een goede uitleg toch? Ik promoot Rotterdam vanuit het stadhuis, samen met een heleboel andere partijen in de stad. Denk aan Feyenoord, de Kunsthal, het Havenbedrijf, Ahoy, Rotterdam Partners, Rotterdam Festivals enzovoorts. Al deze bedrijven staan achter Rotterdam. Make It Happen. En zo vertellen we het verhaal van de stad.”

Wat vind je het allerleukst aan Rotterdam?

“Als ik door de stad hardloop, kom ik in een andere dimensie terecht en zie ik Rotterdam met een andere blik. Ik loop vaak langs de Schie en door groene stukken: als je sport, zoek je plekken waar veel zuurstof is. Mensen zeggen altijd dat Rotterdam grijs is, maar ik vind dat wel meevallen. De stadsnatuur vind ik heel bijzonder en ik denk dat die ondergewaardeerd is.”

Hoe ben je in Rotterdam terecht gekomen? 

“Dertig jaar geleden, op mijn zeventiende, ben ik hier naartoe gekomen om naar de leukste kunstacademie van Nederland te gaan. Ik vond Rotterdam meteen een te gekke stad, met underground-feestjes waar je ver voor moest lopen door de havens. Ik ging altijd naar Bluetiek Inn, bij de Lloydstraat waar nu de Kroon zit. Of naar Nighttown en Parkzicht. Rotterdam was een stoere en ruige stad en daar voelde ik me meteen goed.”

Een creatieveling van de kunstacademie die ambtenaar wordt. Vertel.

“Ik doe nog steeds heel creatief werk, maar ik ben inderdaad geen standaard ambtenaar. Zestien jaar geleden had ik mijn eigen bedrijf en bedacht ik toffe concepten voor merken. Ik kreeg een tijdelijke klus voor de Rotterdampas en daarmee voelde ik hoe het is om de stad te helpen. Ik was natuurlijk zo dol op Rotterdam en zag ook het minderwaardigheidscomplex dat hier heerste. Niemand zag hoe tof Rotterdam is. Dat was voor mij de motivatie om dit te gaan doen en Rotterdam leuker te maken voor Rotterdammers. Maar zelfs na zestien jaar blijft het ingewikkeld om te begrijpen hoe een gemeente werkt. Als je een ander type bent, moet je écht je weg vinden. Ik krijg in ieder geval wel de ruimte mijn creatieve ideeën uit te voeren.”

“Binnen de gemeente heb je een lang uithoudingsvermogen nodig en als oud-ondernemer loop ik daar wel eens tegenaan. Dus doe ik naast mijn werk graag nog andere dingen. Zo hebben we met een groep ouders Hockeyclub Delfshaven opgericht. Vijf jaar geleden kwamen we erachter dat de dichtstbijzijnde club zes kilometer rijden was. Toen zijn we begonnen met hockey van de straat op het Lloyd Multiplein. Nu heeft de hockeyclub al bijna vierhonderd leden. Ik heb het tenue ontworpen: een zwart/wit matrozenpakje met een groen boord en een embleem van een hockeystick door een anker. Lekker Rotterdams! Op dezelfde manier is de Vrije School in West opgericht, ik ben de grootste fan! Dit soort voorbeelden laten zien wat er allemaal kan in Rotterdam.”

Hoe is het om aan het Eurovisie Songfestival te werken?

“Je kunt natuurlijk zeggen, dat is niks voor Rotterdam al die glitter en glamour. Maar je kunt het ook andersom zien: het Songfestival kan iets leren van Rotterdam. Als wij het juiste verhaal laten zien aan de wereld, aan 180 miljoen mensen, dan hebben we impact. We zijn geen klompen, tulpen en molens, maar een sociale stad vol creatieve ondernemers. Denk aan zoiets als de drive thru van het Boijmans: dat is fantastisch en innovatief.”

Wat hoop je voor de toekomst van Rotterdam?

“Ik hoop dat we de ruimte die de stad heeft, blijven opzoeken, maar ook blijven bewaren. Ruimte is ons kenmerk, zowel fysiek als mentaal. Om te kunnen zijn wie je bent, je te blijven ontwikkelen en om je dromen waar te kunnen maken. Het verschil tussen mensen in de stad moeten we altijd zo houden. De verschillende culturen, leeftijden, arm en rijk: die combinaties en het contact met elkaar gaan we steeds meer waarderen.”

Uit de krant