Aad, Nigel en Joke. (Foto: eigen foto)
Aad, Nigel en Joke. (Foto: eigen foto)

Joke kijkt met goede moed vooruit, ondanks alles

Algemeen 10 keer gelezen

Rotterdam - Tijdens de lockdown in april maakten ze er nog een feestje van bij De Klapwiek. Samen met de andere bewoners genoot Joke Zwaal van een optreden van haar kleinzoon, de Rotterdamse zanger en entertainer Nigel Andrews. Maar een maand later sloeg het noodlot toe. Toch kijkt Joke met goede moed en de nodige plannen vooruit.

Het begon zo mooi. Na die lange periode van binnenblijven mochten Joke en haar man Aad met Pinksteren eindelijk weer naar de camping. “We deden die dag nog leuke dingen, maar ’s avonds was het mis. Een hartstilstand.” Met de herinneringen komen de tranen weer boven, maar Joke wil er toch over vertellen. Over de camping, de gezelligheid die dag en over hoe haar Aad opeens geen antwoord meer gaf. “Het ging zo snel, hulp mocht niet meer baten.”

Een heel vervelende zomer, dat was het. Gelukkig kon ze terecht in het snoepwinkeltje van haar dochter op de camping. “Daar heb ik hard gewerkt, dat was een heerlijke afleiding. Ook mijn kleinzoon Nigel is veel bij me, daar heb ik maar geluk mee, hij woont hier om de hoek. En mijn dochters, die zijn ook zo lief.”

Ondanks alles wil Joke vooruitkijken, naar het nieuwe jaar. Een jaar waarin ze haar verjaardag, vorige week werd ze 70 jaar, hopelijk wél groots kan vieren. “Als ik 71 wordt wil ik er een groot feest van maken. Met weer een optreden van Nigel en een volle zaal met mensen!” Tja, ze is niet voor niets lid van de feestcommissie. Gezelligheid, vrienden opzoeken, dat deden Aad en zij graag. 

Dus nu een feestje met Oud en Nieuw niet is toegestaan beneden bij De Klapwiek, heeft Joke een ander plannetje bedacht. “Ik heb een paar andere weduwe vrouwen op de kop getikt. Je kunt ze toch niet alleen laten zitten? Een wijntje, een hapje… we maken er boven gewoon zelf wat gezelligs van.” Dat is Joke ten voeten uit, ze blijft optimistisch en wil er het beste van maken. Ondanks alles. “We zitten allemaal in hetzelfde schuitje, we moeten er nu voor elkaar zijn.”

Uit de krant